VOORBURG - Nederlandse institutionele beleggers hebben in het derde kwartaal van dit jaar de koersen van hun aandelen met 53 miljard euro (f 117 miljard) zien dalen. Dat betekent een verlies van 17 procent ten opzichte van het einde van het tweede kwartaal, zo blijkt uit donderdag gepubliceerde gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Volgens het CBS gaat het om het grootste koersverlies dat ooit bij pensioenfondsen en verzekeraars is gemeten. De institutionele beleggers wisten het waardeverlies van hun aandelenportefeuille te beperken tot 40 miljard euro door de aankoop van 13 miljard euro aan nieuwe stukken.

Met een koersverlies van 17 procent presteerden de pensioenfondsen en verzekeraars nog wel beter dan de MSCI-index. Deze wereldwijde graadmeter voor aandelen zakte in de maanden juni tot oktober met 21 procent.

Ook aan het obligatiefront wisten verzekeraars en pensioenfondsen niet tot indrukwekkende prestaties te komen. De waarde van de totale obligatieportefeuille nam in het derde kwartaal af met ruim 5 miljard euro.

Institutionele beleggers wijken voor hun obligaties wel meer uit naar het buitenland. De Nederlandse obligatiemarkt is door aflossing van de overheidsschuld krapper geworden. Ook het wegvallen van het valutarisico, door de invoering van de euro, maakt het kijken over de grenzen aantrekkelijker.

De verliezen op aandelen en obligaties zorgden ervoor dat de totale institutionele beleggingen in het derde kwartaal 6,7 procent zijn gedaald tot 721 miljard euro (f 1,6 biljoen). Procentueel gaat het hierbij om de grootste teruggang sinds het derde kwartaal van .

De dalende aandelenkoersen zorgen ook voor een lager gewicht van aandelen binnen de portefeuilles. Aandelen bepaalden eind september voor 39,7 procent de waarde van de totale beleggingen bij pensioenfondsen en verzekeraars. Eind juni was dat nog 42,7 procent. Obligaties vertegenwoordigen 35 procent van de totale portefeuille, 1,6 procentpunt minder dan aan het einde van het tweede kwartaal.