DEN HAAG - Jongeren waarschuwen werkgevers voor 'groenpluk'. Door toenemende tekorten aan personeel dreigen werkgevers stagiairs in dienst te nemen, terwijl die hun school nog moeten afmaken.

Dat stellen jongerenorganisaties van vakbonden en werkgeversverenigingen, zoals FNV Jong, CNV Jongeren en Jong Management van VNO-NCW, in een vrijdag verschenen ontwerpadvies van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Het is voor het eerst dat de jeugdorganisaties van de sociale partners een SER-advies uitbrengen. Aanleiding is de slechtere arbeidsmarktpositie van allochtone jongeren ten opzichte van hun autochtone leeftijdsgenoten.

Opleiden

Nu kunnen met de aantrekkende economie volgens de raad voor alle jongeren de kansen op werk worden vergroot door hen allemaal goed op te leiden.

Het zou schadelijk zijn als werkgevers, net als eerder in tijden van hoogconjunctuur, gaan trekken aan jongeren die nog op school zitten. Bedrijven vragen immers om steeds beter geschoolde krachten en jonge werknemers zonder diploma worden in slechte economische tijden vaak als een van de eersten ontslagen. Werkgevers zouden jongeren dan ook moeten stimuleren zich in en naast het werk verder te scholen.

Toekomst

"Een van dé opgaven voor de komende periode is om jongeren, ongeacht hun afkomst, stevig toe te rusten voor participatie en kansen te bieden op scholing, werk en inkomen: niet de afkomst, maar de toekomst telt. De slag moet nú gemaakt worden", schrijven de jongeren in hun advies.

Werkloosheid

Sinds november 2004 daalt de jeugdwerkloosheid. Maar jongeren van niet-westerse afkomst profiteren nog nauwelijks van de toenemende vraag naar personeel. De werkloosheid onder allochtonen tussen de 15 en 24 jaar steeg in 2005 zelfs van 23 naar 26 procent, terwijl onder autochtone leeftijdsgenoten sprake was van een afname van 12 naar 11 procent.

De slechtere positie van allochtone jongeren komt vooral door hun gemiddeld lagere opleidingsniveau. Het SER-advies gaat voor een belangrijk deel over de aanpak van taal- en onderwijsachterstanden, het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, goede doorstroming naar vervolgonderwijs en het uitbreiden van stageplekken en leerwerkplekken.

Verder moet er meer en beter onderzoek komen naar discriminatie op de arbeidsmarkt.