Lagere boete ExxonMobil voor olieramp Alaska

SAN FRANCISCO - Het hof van beroep in San Francisco heeft de schadevergoeding die oliemaatschappij ExxonMobil moet betalen wegens een olieramp in 1989, teruggebracht van 4,5 miljard naar 2,5 miljard dollar.

Het hof oordeelde vrijdag dat de oorspronkelijke boete hoger was dan de maximale straf die het federale Hooggerechtshof voor dergelijke zaken heeft vastgesteld.

Een olietanker van het in Texas gevestigde bedrijf, de Exxon Valdez, liep in mei 1989 aan de grond voor de kust van Alaska.

Miljoenen tonnen olie kwamen in zee terecht, waardoor enorme milieuschade ontstond. Vooral de visserijsector in het gebied werd zwaar getroffen door wat beschouwd wordt als de grootste milieuramp uit de Amerikaanse geschiedenis.

Het is al de tweede keer dat de schadevergoeding die ExxonMobil moet betalen wordt verlaagd. In 1994 stelde een rechtbank in Alaska die vast op 5 miljard dollar, maar dat bedrag werd in 2001 in hoger beroep verlaagd.

Het bedrijf meent echter dat de boete veel lager zou moeten zijn omdat het al miljarden heeft gestoken in het opruimen van de olievervuiling en in compensatie voor de gedupeerden.

Tip de redactie