DEN HAAG - Onafhankelijk onderzoek moet binnen twee maanden duidelijk maken wat de meerkosten zijn van de vertragingen met de HSL-Zuid en de Betuwelijn. De onderzoekers moeten ook de risico's van nieuwe vertragingen in de toekomst en bijbehorende financiële tegenvallers in kaart brengen.

De Tweede Kamer nam woensdagavond een motie aan waarin dit is geregeld. Een dag eerder werd bekend dat de oplevering van HSL-Zuid, de snelle spoorverbinding naar het zuiden, vijf maanden later, in december 2007, plaatsheeft. Twee weken geleden had verkeersminister Karla Peijs al bekendgemaakt dat goederentreinen niet op 2 januari, maar pas in maart of april over de Betuweroute gaan rijden.

Peijs gaf woensdag tijdens een debat met de Tweede Kamer aan dat ze net als de parlementariërs "buitengewoon onaangenaam verrast" is door de verlate oplevering van de spoorlijnen. Ze deed de toezegging dat ze half januari in een brief uitleg geeft over de bijkomende kosten.

Opvolger

Peijs had geen bezwaren tegen een extern onderzoek. Zij verwacht niet dat er nog meer "lijken in de kast" zitten voor haar opvolger. De kans is volgens haar groter dat HSL-Zuid uiteindelijk toch weer iets eerder in gebruik kan worden genomen dan nu gedacht.

Een grote Kamermeerderheid steunde de motie van het PvdA-Kamerlid Sharon Dijksma voor het externe onderzoek. Daarnaast komt er een onderzoek naar het beveiligingssysteem van HSL-Zuid. De meest recente vertraging wordt veroorzaakt doordat er een nieuw systeem moet worden geïnstalleerd. Arda Gerkens van de SP stelt dat het oude systeem ook voldoet. Onderzoek moet uitwijzen of dat inderdaad zo is.

Kritiek

Wijnand Duijvendak van GroenLinks ging het verst in zijn kritiek op de minister. Duijvendak noemde de nieuwe vertragingen "onaanvaardbaar" en sprak van "een blamage". Hij herinnerde Peijs aan haar eigen woorden, dat iedere maand vertraging voor HSL-Zuid ongeveer 23 miljoen euro aan extra kosten oplevert. Peijs wilde nog niets zeggen over de financiële consequenties van de nieuwste vertragingen.