GRONINGEN - Nederlandse gemeenten bezitten in totaal 6,5 miljard euro aan stille reserves. Gemeenten in geldnood kunnen het kapitaal echter niet zomaar uitgeven om bijvoorbeeld tekorten op te vangen, omdat de reserves niet vrij beschikbaar zijn. Gemiddeld gaat het om 410 euro per inwoner. Gemeenten blijken evenwel niet altijd goed te weten hoeveel ze hebben.

Dit blijkt uit het rapport Stille reserves van gemeenten, dat woensdag is gepubliceerd. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen heeft dit in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Financiën opgesteld.

Gemeenten moeten hun gebouwen en aandelen- en effectenbezit op de balans zetten voor de aankoopwaarde. De werkelijke waarde kan echter veel hoger zijn. Het verschil tussen de waarde in de boeken en de werkelijke waarde is de stille reserve.

Gemeenten zijn rijker dan uit de boekhouding blijkt. "Dit betekent niet dat zij ook meer te besteden hebben", benadrukt het COELO. "De meeste bezittingen zijn niet of moeilijk verhandelbaar." Bovendien kan een gemeente volgens het centrum niet zomaar aandelen of panden afstoten zonder dat de publieke taken daardoor verschralen.

De grootte van de reserves verschillen sterk per gemeente. Het Twentse dorpje Diepenheim telt 2193 euro aan stille reserve per inwoner. Best komt niet verder dan een negatieve reserve van 103 euro per inwoner. Zeeuwse gemeenten komen gemiddeld tot meer dan euro.

Veel gemeenten hadden moeite om een accurate lijst met bezittingen aan de onderzoekers te presenteren. Bij 94 procent van de gemeenten bleek de lijst onvolledig te zijn of onjuiste informatie te bevatten.

Met ingang van het begrotingsjaar 2004 komen er nieuwe richtlijnen voor gemeentelijke financiële verslaglegging. Daardoor is er beter inzicht mogelijk in de feitelijke stand van zaken. Ook de controle op de gemeentelijke financiën wordt verscherpt.