VOORBURG - Vooral door rijkere 65-plussers daalt de armoede. Dit jaar neemt het aantal huishoudens dat als arm te boek staat, voor het eerst sinds 2002 af.

In 2006 moet 9,7 procent van de huishoudens rondkomen van een laag inkomen. Dat daalt door de verwachte koopkrachtverbetering van gepensioneerden waarschijnlijk verder tot 8,8 procent volgend jaar.

Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Eind vorig jaar maakten de onderzoeksinstituten al bekend dat de negatieve trend dit jaar zou ombuigen.

Inkomensgrens

Volgend jaar komt volgens de verwachtingen van CBS en SCP het aantal huishoudens dat moet rondkomen van een bedrag onder de lage-inkomensgrens onder het niveau van 2002 uit. Toen leefden 596.000 gezinnen, ofwel 9,1 procent van de huishoudens, in armoede en dat was het laagste aantal sinds 1990. Na 2002 steeg de armoede tot 11,1 procent in 2005.

Volgens CBS en SCP verbetert de inkomenspositie van 65-plussers sinds 2000. Zo daalde het aandeel gepensioneerden met een laag inkomen tussen 2000 en 2004 van 12 naar 7 procent. Volgens de ramingen zal dit in 2007 verder zijn afgenomen tot ruim 3 procent.

Kabinet

Vergeer stelt dat 65-plussers minder last hebben gehad van de economische neergang, onder meer dankzij fiscale maatregelen van het kabinet. "Ook kennen steeds meer ouderen een aanvullend pensioen en wordt de groep mensen die alleen van AOW moet rondkomen steeds kleiner", stelde hij.

Kinderen

De groepen die het meeste risico lopen om in armoede te vervallen, blijven eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, alleenstaanden tot 65 jaar en allochtone huishoudens met een niet-westerse hoofdkostwinner.

Volgens Vergeer komt het kabinet gezinnen wel tegemoet met een hogere kinderkorting, maar voor alleenstaande ouders met een minimuminkomen blijkt dat vaak onvoldoende om boven de armoedegrens uit te komen. Deze grens ligt met een bedrag van 860 euro per maand net iets boven de bijstandsnorm.