AMSTERDAM - Het Nederlandse investeringsfonds Egeria neemt het textielonderdeel van het Duitse chemiebedrijf Lanxess over voor 54 miljoen euro. Textile Processing Chemicals (TPC), zoals het bedrijfsonderdeel van Lanxess heet, telt 330 werknemers en heeft een jaaromzet van 130 miljoen euro. De definitieve overname van TPC wordt nog voor het einde van het jaar verwacht, meldde Lanxess vrijdag.

Egeria, opgericht in 1997, is een fonds dat aast op middelgrote Nederlandse ondernemingen of bedrijven met Nederlandse wortels. In het geval van TPC is dat een fabriek in Ede. Grootste belegger in het beleggingsfonds is de rijkste familie van Nederland, de Brenninkmeijers, de eigenaren van C&A. Verder zitten er ook pensioenfondsen van grote ondernemingen in en verzekeringsmaatschappijen. Egeria beheert een totale portefeuille van 600 miljoen euro.

Bonte verzameling

De bedrijven die door Egeria zijn overgenomen vormen inmiddels een bonte verzameling. Zo lijfde het investeringsfonds onder meer wc-papierproducent en maker van aanverwante toiletrolautomaten Vendor in, kantoormeubilairleverancier Ahrend en de Groningse producent van onderdelen voor CV-ketels Muelink & Grol. Maar ook is Egeria eigenaar van tegelmaker Koninklijke Mosa en Ad van Geloven, fabrikant van kroketten, frikadellen en loempia's.

Wat de bedrijven gemeen hebben in de visie van Egeria is een sterke en stabiele kasstroom en dat ze geleid worden door een krachtig management. Ook familiebedrijven die van hun onderneming afwillen, staan bij Egeria hoog op het verlanglijstje. Verder gaat het in de meeste gevallen om bedrijven die door het moederbedrijf niet meer als kernactiviteit worden gezien of om beursgenoteerde ondernemingen die geen heil meer zien in de notering op de beurs.

Egeria stapt in de regel voor vier tot zeven jaar in een onderneming om het daarna weer te verkopen of (weer) naar de beurs te brengen. Het fonds investeert veelal in bedrijven met een ondernemingswaarde tussen de 50 miljoen en 200 miljoen euro.