DEN HAAG - Driekwart van de WAO'ers die zijn herkeurd volgens strengere normen, heeft geen vertrouwen in de toekomst. Gezien hun gezondheid en de vooroordelen van werkgevers over gehandicapten denken zij niet aan het werk te komen of te blijven als zij een tijdelijke functie hebben bemachtigd.

Dat is een van de signalen die woensdag door 21 (patiënten)organisaties, zoals de Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad, HIV Vereniging, Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten en de vakcentrale FNV, bij de Tweede Kamer is neergelegd. Zij maken zich zorgen over de herkeuring van 325.000 WAO'ers die dit kabinet heeft ingezet.

Kamerleden van CDA, PvdA, SP en GroenLinks namen het rapport 'Herbeoordeling, Re-integratie, Werk?' over verhalen van 380 herkeurde WAO'ers in ontvangst. Het is volgens FNV-bestuurder Leo Hartveld niet representatief, maar legt problemen in de praktijk bloot. Hij sprak er schande van dat werkgevers onlangs in een onderzoek van minister Joop Wijn (Economische Zaken) over het discrimineren van allochtonen wel sociaal wenselijke antwoorden geven, maar ronduit toegeven goedgekeurde WAO'ers onaantrekkelijk te vinden.

Onderzoek

SP-Kamerlid Jan de Wit dringt al tijden aan op een parlementair onderzoek naar de aanscherping van de WAO. PvdA en GroenLinks zeiden de SP daarin te steunen. Volgens De Wit heeft minister Aart Jan de Geus (Sociale Zaken) tienduizenden arbeidsgehandcapten "in ellende gestort, artsen gedwongen onverantwoord te werk te gaan en minder dan een handvol mensen aan vast werk geholpen".

CDA-Kamerlid Aad Mosterd erkende dat het perspectief van gehandicapten op een baan moet verbeteren, maar benadrukte dat het nieuwe WAO-stelsel juist uitgaat van de kansen van mensen. Hij wil wel met de linkse oppositie bekijken of mensen recht kunnen krijgen op een zogenoemde second opinion. Nu bepaalt het uitkeringsinstituut UWV of iemand recht heeft op een dubbele keuring.

Kwijt

Uit het rapport blijkt ook dat vrijwel alle herkeurden (94 procent) zich niet vinden in de beoordeling. Driekwart was volledig arbeidsongeschikt en raakte de uitkering helemaal kwijt. Voor bijna 70 procent was het (gedeeltelijk) verliezen van de uitkering aanleiding te proberen aan de slag te komen. Ruim drie op de tien ondervraagden is op eigen initiatief een re-integratietraject begonnen voordat de herbeoordeling plaatsvond.

Ruim een op de tien heeft na re-integratie een baan gevonden of is weer aan de slag gegaan. Ongeveer een kwart van degenen die na een begeleidingstraject niet aan de slag kwam, slaagt daar een half jaar later wel in en dat loopt met de tijd op tot ongeveer 30 procent. Daarbij zitten zij wel 60 procent van de tijd zonder werk, omdat het vrijwel steeds om kortdurende contracten en/of uitzendwerk gaat.