AMSTERDAM - Sollicitatiebrieven met een Marokkaanse naam maken 22 procent minder kans om te worden geselecteerd dan brieven met een Nederlandse naam. Arbeidspsychologe Eva Derous van de Rotterdamse Erasmus Universiteit verstuurde voor haar nog niet gepubliceerde onderzoek sollicitatiebrieven met Nederlandse en allochtone namen. Dat schrijft NRC next dinsdag.

Woensdag bleek uit een onderzoek van Stichting Economisch Onderzoek (SEO) in opdracht van het ministerie van Economische Zaken dat opleiding en werkervaring bij sollicitaties zwaarder zouden wegen dan sekse of etnische achtergrond. Minister van Economische Zaken Joop Wijn (CDA) stelde dat het onderzoek aantoont dat het 'allerbelangrijkste is dat je je school afmaakt, en niet waar je ouders geboren zijn'. De SEO vond drie procent verschil.

Discriminatie

Dat onderzoek was niet bijzonder geschikt om discriminatie te meten, zegt SEO-projectleider Marloes de Graaf volgens de krant dinsdag in het VPRO-radioprogramma Noorderlicht. "Als je wilt weten of er gediscrimineerd wordt, kijk dan niet naar ons onderzoek", zegt zij.

Het onderzoek van Derous zou volgens De Graaf betrouwbaarder zijn dan dat van SEO. "Er is ons juist gevraagd niet te veel op etniciteit te focussen." Als de SEO alleen discriminatie zou hebben onderzocht, was het onderzoek volgens de methodes van Derous verricht, schrijft de krant.

De Nijmeegse burgemeester Guusje ter Horst plaatste woensdag ook vraagtekens bij de betrouwbaarheid van het SEO-onderzoek. De gemeente Nijmegen introduceerde onlangs het anoniem solliciteren, omdat een buitenlandse naam werkgevers zou afschrikken.

Het Samenwerkingsverband van Marokkanen in Nederland (SMN) zei donderdag dat minister van Economische Zaken Joop Wijn de plank volledig mis slaat met zijn uitspraak dat werkgevers niet of nauwelijks selecteren op afkomst bij het werven van personeel.