DEN HAAG - De Tweede Kamer blijft verdeeld over de terugkeerbanen, waarmee mensen in de bijstand met behoud van uitkering aan het werk gezet kunnen worden. Daar waar VVD en PvdA gemeenten meer ruimte willen geven om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring te laten opdoen, vrezen CDA, D66, GroenLinks en SP dat mensen te lang goedkoop aan het werk worden gezet.

Dat bleek maandag tijdens een debat met staatssecretaris Henk van Hoof (Sociale Zaken). Aanvankelijk zei de VVD-bewindsman dat mensen in de bijstand maximaal twee jaar aan de slag kunnen met behoud van hun uitkering. Maar Van Hoof kwam zijn eigen partij en de PvdA tegemoet door gemeenten toe te staan deze termijn twee keer met een jaar te verlengen als meer werkervaring nodig blijkt. Dat was weer tegen het zere been van de andere partijen.

CDA-Kamerlid Eddy van Hijum verweet zijn coalitiegenoot en PvdA "nieuwe Melkertbanen" te willen, waarbij mensen niet doorstromen naar een normale baan. Boris Dittrich van D66 vraagt zich af welke bescherming mensen krijgen als ze zich door gemeenten gedwongen voelen om goedkoop tegen een uitkering te werken. De linkse oppositie wil daarom dat mensen na verloop van tijd een contract tegen het minimumloon krijgen.

Maar volgens Van Hoof creëer je dan juist nieuwe Melkertbanen, omdat het om mensen gaat die nog onvoldoende productief zijn voor de 'normale' arbeidsmarkt. "Dan is het aantrekkelijk om er in te blijven hangen, want het loon staat niet in verhouding tot wat ze produceren."

Geen automatisme

De bewindsman benadrukte dat het verlengen van de maximale termijn geen automatisme zal zijn. Mensen mogen niet langer dan twee jaar op dezelfde plek zitten en moeten elders werkervaring opdoen als blijkt dat ze niet verder komen. Daarbij worden vaste evaluatiemomenten ingesteld.

Ook wil de staatssecretaris na vier jaar bekijken of de terugkeerbanen werken. Het CDA wil liever een onderzoek na twee jaar. "Dan kun je beoordelen of alsnog verlenging voor sommige mensen nodig is.", aldus Van Hijum.