DEN HAAG - Hogeropgeleide allochtonen hebben in slechte economische tijden hun positie op de arbeidsmarkt verstevigd. Zo was de werkloosheid onder hbo- en universitair afgestudeerden met een niet-westerse achtergrond in 2003 ruim vier keer zo hoog als onder hoogopgeleide autochtonen.

Vorig jaar was de werkloosheid onder de beter geschoolde allochtonen met ruim 6 procent twee keer zo hoog.

Dat blijkt uit een woensdag gepubliceerd onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). Volgens het adviesorgaan van de regering, waarin werkgevers, vakbeweging en gemeenten zitten, is opleiding een zeer bepalende factor voor een succesvolle positie op de arbeidsmarkt.

Vluchtelingen

De werkloosheid onder lager en middelbaar geschoolde allochtonen is ongeveer twee tot drie keer hoger dan onder diegenen met een hbo- of universitair diploma. Bij deze cijfers kijkt de RWI alleen naar groepen van Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse afkomst. Overige niet-westerse allochtonen scoren vaak slechter, omdat in deze groep ook veel vluchtelingen zitten.

Vooral de hoogopgeleiden tussen de 15 en 65 jaar van Surinaamse en Antilliaanse afkomst doen het beter. In 2003, 2004 en 2005 was van hen gemiddeld 70 procent aan het werk. Dat is niet veel minder dan de 78 procent van de autochtonen. Turken, Marokkanen en andere niet-westerse allochtonen doen het beduidend minder. Van hen werken er bijna zes op de tien.

Motivatie

Volgens de RWI lijkt de achterstand op de arbeidsmarkt "in mindere mate veroorzaakt te worden door factoren die samenhangen met huidskleur of afkomst, maar meer door opleiding en motivatie".

Er lijkt volgens de raad sprake van een structurele verbetering van de arbeidsmarktpositie, maar de achterstand op autochtonen is nog wel "onnodig groot".

Taalbeheersing

De RWI schrijft dit toe aan een samenspel van factoren, zoals mindere taalbeheersing, bescheidener opstelling van allochtonen tijdens sollicitatiegesprekken en problemen om aan een (goede) stageplek te komen.

"De sociaal-communicatieve achterstand komt ook doordat allochtonen minder meedoen in het studentenleven en minder nevenactiviteiten verrichten. Daardoor hebben ze als starter op de arbeidsmarkt een minder imposant CV en netwerk, evenals een mindere presentatie", aldus de raad.