AMSTERDAM - Het Nederlandse bedrijfsleven heeft de afgelopen vier jaar in toenemende mate last gekregen van omkopingspraktijken bij de toewijzing van opdrachten. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau Control Risk en advocatenkantoor Simmons & Simmons dat dinsdag werd gepubliceerd.

Het onderzoek vond plaats onder 350 internationale bedrijven uit zeven verschillende landen. Uit de reacties van Nederlandse ondernemingen blijkt dat 46 procent wel eens contracten is misgelopen doordat een concurrent steekpenningen betaalde. Vier jaar geleden was dat nog 40 procent. Wereldwijd ligt het percentage op 43.

Stopzetten

Nederlandse bedrijven zijn wel meer dan gemiddeld bereid om iets te doen tegen corruptie. Bijna een op de vijf stapt naar autoriteiten in geval van omkoping. In Frankrijk zou slechts een op de tien gedupeerden dit doen. Bedrijven in Nederland zijn volgens de studie ook het meest geneigd een commerciële relatie stop te zetten wegens mogelijke corruptie.

Wereldwijd zou ruim vier op de tien proberen niet meer samen te werken met klanten die steekpenningen hebben aangenomen van concurrenten. De meeste ondernemingen echter voelen zich in zo'n situatie machteloos, aldus de studie.

Het onderzoek werd verricht onder bedrijven in Nederland, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Brazilië en Hongkong. In het laatste land lijkt de corruptie het ergst: meer dan drie kwart van de bedrijven daar verloor de afgelopen vier jaar opdrachten door omkoping.