Nobelprijs economie naar Amerikaan Phelps

STOCKHOLM - De Amerikaan Edmund Phelps heeft dit jaar de Nobelprijs voor Economie gewonnen. Dat heeft het Nobelcomité in Stockholm maandag bekendgemaakt.

Met name zijn toevoeging van veranderende verwachtingen op macro-economische theorieën hebben tot de prijs geleid. Verder werd Phelps' werk over de korte- en langetermijneffecten op macro-economisch beleid geroemd.

Een overheid wil het liefste dat iedereen aan het werk is, dat prijzen stabiel zijn en dat de economie ook in een aangenaam tempo groeit. De grote vraag is hoe aan deze doelstellingen kan worden voldaan zonder dat er conflicten optreden. Wat is de beste verhouding tussen inflatie en werkloosheid? Wat betekent het voor toekomstige generaties als de huidige generatie te veel geld uitgeeft en weinig spaart? Wat zijn de verwachtingen van individuen en bedrijven? Dit zijn belangrijke vragen die Phelps zichzelf stelde.

Werkloosheid

In 1958 werd door de Nieuw-Zeelandse econoom Alban Phillips voor het eerst een relatie gelegd tussen werkloosheid en inflatie.

Wanneer er meer mensen aan het werk gaan, is er meer inkomen te besteden. Er worden meer goederen aangekocht,waardoor de prijzen stijgen. Een overheid heeft volgens de theorie van Phillips de keuze tussen hoge inflatie met lage werkloosheid of een laag prijsniveau en meer werklozen.

Hoewel deze relatie voor diverse landen statistisch werd bevestigd in de jaren zestig, waren er een paar problemen die Phelps onder de aandacht bracht. De voornaamste reden voor zijn bemoeienis was dat Phillips en zijn volgelingen geen rekening hielden met verwachtingen en het gedrag van individuen, huishoudens en bedrijven.

Verwachtingen

Phelps paste de theorie eind jaren zestig aan. Hij veronderstelde dat inflatie niet alleen werd beïnvloed door werkloosheid, maar ook door verwachtingen onder werknemers en ondernemingen over toekomstige loonsverhogingen en prijsveranderingen. Deze verwachtingen passen zich door de tijd aan nieuwe omstandigheden aan.

Op basis van de aanpassingen van Phelps konden overheden hun economisch beleid op het gebied van prijspeil en werkloosheid beter afstemmen. Ook werden salarisonderhandelingen en CAO-afspraken beter begrepen, omdat men nu wist dat werkgevers en werknemers hun beslissingen op basis van toekomstverwachtingen nemen.

Hoogleraar Economie en Bedrijfswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg Sylvester Eijffinger ziet in de Nobelprijs voor Phelps een duidelijke vingerwijzing naar monetaire instellingen. "Het lauweraat van de macro-econoom Phelps is een duidelijk signaal richting bijvoorbeeld Ben Bernanke, voorzitter van het stelsel van centrale banken in de Verenigde Staten. De verwachtingen in de markt zijn bepalend voor toekomstige inflatieschommelingen. Daar moeten personen als Bernanke meer rekening mee houden", aldus Eijffinger. De Tilburgse hoogleraar is blij dat na diverse micro-economen en economisch-psychologen er weer een volbloed macro-econoom voor de Nobelprijs in aanmerking is gekomen.

Pensioensystemen

Phelps, momenteel professor aan de Columbia University, werd ook gelauwerd voor andere bijdragen aan de economische wetenschap. Met zijn gedachten over de toename in geldkapitaal en menselijk kapitaal liep Phelps voor op zijn medewetenschappers, aldus het Nobelcomité. Zo vroeg Phelps zich af welk gedeelte van het nationaal inkomen moet worden besteed aan consumptie en welk gedeelte moet worden gespaard om consumptie onder toekomstige generaties veilig te stellen. Ook hier was er een rol voor macro-economisch beleid weggelegd. Overheden zouden bijvoorbeeld via pensioensystemen ervoor moeten zorgen dat huidige en toekomstige welvaart gewaarborgd blijft.

Aan de Nobelprijs is een geldbedrag van 10 miljoen Zweedse kroon (1,1 miljoen euro) verbonden. Phelps mag op 8 december zijn prijs in ontvangst nemen tijdens een uitreikingsceremonie in Stockholm.

Tip de redactie