ROTTERDAM - Algemeen directeur Pedro Peters van vervoerder RET in Rotterdam noemt het vrijdag uiterst onterecht dat het personeel maandag het werk voor 24 uur wil neerleggen. "Op tafel ligt voor de mensen de mooiste cao van Nederland."

Maar ook de duurste voor het bedrijf, zei hij. Volgens de directeur zijn de arbeidsvoorwaarden uit de huidige cao, die van de gemeente, een op een zijn overgenomen. "Met een aantal plussen als een werkgarantie tot 2012 er bovenop. Toch zeggen de bonden dat de cao onvoldoende is."

Onredelijk

De bonden willen, zo stelt hij, dat de directie de werknemers garandeert dat ze tot aan hun pensioen nooit minder zullen gaan verdienen dan bij de RET. "Ten eerste kan dat niet en ten tweede is dat onredelijk."

Bovendien eisen de bus- en trambestuurders dat zij op hun zestigste met vervroegd pensioen mogen, zoals dat nu is geregeld. Peters kan zich dat goed voorstellen. Maar de sociale partners onderhandelen daarover op landelijk niveau. "Wat op de landelijke tafel komt, geldt ook voor ons personeel."

Erkennen

Peters verwijt de bonden dat ze dingen proberen te regelen die niet in de cao te omvatten zijn. "Effecten van marktwerking kun je niet wegregelen." De RET moet verzelfstandigen, stelde hij. De Tweede Kamer heeft dit beslist. Binnen enkele jaren begint voor de vervoersbedrijven de openbare aanbesteding. "Als directeur moet je de wet erkennen."

Verder klagen chauffeurs over het materieel. Zo zouden de gloednieuwe bussen veel technische mankementen vertonen. Hij noemt het "onzin". Wel erkent hij dat de nieuwste trams nog steeds kampen met kinderziektes. Toch meldt hij dat er 53 nieuwe tram-voertuigen binnenkort worden besteld.

Vervelend

De RET vecht de staking niet aan. Het stakingsrecht is volgens de directeur een groot goed. Hij vindt het wel heel vervelend dat de ruim 300.000 passagiers "onnodig worden gedupeerd". "Zij zijn de enige die last van de staking hebben", aldus Peters.

Bij de RET werken ongeveer 3000 mensen. De helft rijdt op de tram, bus of metro. De andere helft bestaat uit onder anderen monteurs, onderhoudsmedewerkers en loketverkopers. Ongeveer 12 procent werkt op kantoor.