DEN HAAG - Staatssecretaris Henk van Hoof (Sociale Zaken) wil werkgevers en werknemers de helpende hand bieden bij het maken van afspraken over veilig werken. De bewindsman heeft donderdag gezegd daarvoor bij deskundigen en instituten te rade te gaan.

Een meerderheid in de Tweede Kamer van CDA en de oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en SP vreest dat sociale partners niet uit de voeten kunnen met vage regels in de nieuwe Arbowet.

Voorzitter Alexander Rinnooy Kan van de Sociaal-Economische Raad (SER) had de Tweede Kamer eerder deze week opgeroepen om heldere normen te stellen over veilig werken op basis van wetenschappelijk onderzoek. Anders zou de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet die per 1 januari 2007 moet ingaan, zorgen voor conflicten en gezondheidsrisico's op de werkvloer.

CDA-Kamerlid Ger Koopmans diende samen met Hannie Stuurman van de PvdA een motie in die Van Hoof vraagt om een werkprogramma met doelvoorschriften over veiliger werken. Maar de bewindsman waarschuwde dat hij niet "de poort open wil zetten voor een ongebreidelde hoeveelheid wetenschappelijke waarden". Volgens hem ontstaat dan hetzelfde probleem als met de huidige wetgeving.

Regels

De aanleiding voor het kabinet om de Arbowet te wijzigen was de veelheid aan ingewikkelde en gedetailleerde regels die Nederland voor veilig werken kent, bovenop wat de Europese Unie voorschrijft.

Van Hoof hoopt de regeldruk te verminderen door werkgevers en werknemers meer de ruimte te geven om onderling af te spreken hoe er veilig gewerkt kan worden.

Draagvlak

Dat sociale partners daartoe wel degelijk in staat zijn, blijkt volgens hem uit arboconvenanten die al worden gesloten om ziekte en arbeidsongeschiktheid tegen te gaan. "Regels garanderen geen veiligheid. Het draait om draagvlak. Die onstaat als werkgevers en werknemers afspraken maken en rekening kunnen houden met specifieke situaties in een bedrijf of sector."

Waar mogelijk zijn er volgens Van Hoof algemene regels. In die zin noemde hij de kritiek van Rinnooy Kan op vage regels over onder meer herrie onterecht, omdat Europese regels al bepalen dat mensen aan niet meer dan 85 decibel blootgesteld mogen worden. Een algemene norm voor bijvoorbeeld tillen ziet hij echter niet zitten, omdat het nogal wat uitmaakt of iemand één keer of vele malen per dag wordt belast. Met deskundigen en instituten wil Van Hoof nu procedureafspraken maken over hoe zij sociale partners van dienst kunnen zijn bij het stellen van normen.