DEN HAAG - Leraren moeten veel meer op hun prestaties beoordeeld kunnen worden. Een scherpere verantwoording zou de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen. Dat stelde Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau (CPB) woensdag tijdens een symposium over werken in het onderwijs.

Teulings trok een parallel met het wetenschappelijk onderzoek waarin de laatste twintig jaar de prestaties "dramatisch verbeterd" zijn door de invoering van een systematische afrekencultuur. Tekenend voor het gebrek aan openheid over de geleverde prestaties in het onderwijs, noemt hij het verzet van basisscholen tegen het openbaar maken van de scores op de Cito-toets.

Leraren die worden afgerekend op hun prestaties, kunnen ook zwakke leerlingen in hun klas houden, zolang maar duidelijk aangetoond kan worden dat ook deze groep vooruitgang heeft geboekt, zei Teulings.

Opmerking

Hij reageerde op een opmerking uit de zaal dat de scoringsdrift van leraren wel eens te koste zou kunnen gaan van achterstandsleerlingen. Maar om vooruitgang van leerlingen vast te stellen, moet wel aan het begin van de schoolloopbaan gemeten worden wat ze in hun mars hebben, zei Teulings erbij. In de Tweede Kamer ligt een dergelijke kleutertoets erg gevoelig.

Onderwijsminister Maria van der Hoeven riep in the slotwoord van het symposium op om meer gebruik te maken van de mogelijkheden die ze al hebben om leraren verschillend te belonen. "Durf te differentiëren. Het is te zot dat een leraar manager moet worden om meer te gaan verdienen. Een goede leraar moet een extraatje kunnen krijgen." Eerder zei zij al dat leraren meer moeten gaan verdienen als ook in andere sectoren de lonen omhoog gaan.

Extraatjes

Overigens vindt haar partij dat het leraarsvak ook aantrekkelijk kan worden door extraatjes te geven aan vakdocenten, academici, leraren die zich bijscholen en docenten die werken in gebieden met veel achterstandsleerlingen. Het lerarentekort zou ook aangepakt kunnen worden door langer te gaan werken, zei Van der Hoeven woensdag.