GENEVE - Werknemers van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Genève protesteren sinds begin deze week tegen de te hoge werkdruk. Ze maken geen extra uren meer, om zo de lidstaten te laten voelen dat ze te veel arbeid moeten verrichten om de organisatie draaiende te houden. Inmiddels stapelen de dossiers zich op, zo gaven diplomaten en personeelsleden donderdag toe.

Het protest is een reactie op de weigering van de grootste WTO-lidstaten om extra geld beschikbaar te stellen. Directeur Supachai Panitchpakdi heeft tevergeefs gepleit voor twaalf nieuwe arbeidsplaatsen en een loonsverhoging van 8 procent.

WTO-personeelsleden klagen al enkele jaren over de te hoge werkdruk. In vergelijking met andere internationale organisaties is de WTO klein van opzet. Er werken 550 mensen, die een begroting van miljoen Zwitserse frank (97 miljoen euro) moeten verdelen.

De kleine organisatie is een gevolg van de ontstaansgeschiedenis van de WTO. De voorloper GATT werd bewust klein gehouden omdat de aangesloten landen niet wilden dat internationale ambtenaren zich bemoeiden met nationaal handelsbeleid. Na de oprichting van de WTO in 1995 is die situatie nauwelijks veranderd, hoewel lidstaten wel steeds meer handelsruzies laten beslechten door de organisatie.