DEN HAAG - Werkgevers en particulieren die vorig jaar met illegale arbeidskrachten werkten hebben bij elkaar voor 26 miljoen euro aan boetes gekregen. De boetes die werden uitgedeeld na optreden van de Arbeidsinspectie zijn sinds de invoering van het lik-op-stukbeleid aanmerkelijk hoger geworden.

Dit meldde staatssecretaris Henk van Hoof (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) vrijdag aan de Tweede Kamer. Het lik-op-stukbeleid draagt bij aan de door de overheid gewenste harde aanpak van illegale arbeid.

Sinds 1 januari 2005 krijgen werkgevers die zonder vergunning buitenlandse werknemers in dienst hebben een boete van 8000 euro per illegale werknemer. Voor particulieren bedraagt de boete 4000 euro. Vroeger legde de rechter gemiddeld 980 euro boete per overtreding op.

Succes

Het lijkt erop dat de harde aanpak werkt. Zo daalde het aantal bedrijven dat bij hernieuwde controle opnieuw in de fout ging van 37 procent in 2003 tot 26 procent in de eerste helft van dit jaar.

De afwikkeling van de zaken gaat ook beter. Duurde de afdoening vroeger gauw langer dan een jaar, nu heeft de meerderheid van de overtreders binnen zeven maanden de boete in huis.

Inning

Wel loopt de inning van de boetes soms moeizaam. Van de boetes die de Arbeidsinspectie vorig jaar oplegde, is pas ruim de helft in augustus van dit jaar betaald. De trage inning heeft te maken met de hoge bedragen die vaak niet in een keer kunnen worden opgehoest.

Verder neemt een deel van de bedrijven het gewoon niet zo nauw met op tijd betalen. Om de inning van de boetes te verbeteren wordt geprobeerd dit werk vanaf volgend jaar aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau over te laten.

Werkgevers en particulieren die de regels hebben overtreden maar te goeder trouw waren, kunnen een lagere boete krijgen. Het gaat bijvoorbeeld om moeilijk te signaleren persoonsverwisseling (iemand gebruikt de papieren van een ander op wie hij lijkt) of om gevallen dat de verkeerde naam op de werkvergunning stond zonder dat de werkgever daar iets aan kon doen.