TILBURG - Deelname van Nederland in de ontwikkeling en produktie van het Amerikaanse gevechtsvliegtuig JSF biedt een "unieke" kans voor een verdere versterking van de Nederlandse luchtvaartindustrie. Het sluit "naadloos" aan bij de ambitie van de Nederlandse overheid om onze kenniseconomie verder te versterken.

Tot die conclusie komen economen van de Universiteit van Tilburg in een rapport, dat geschreven is in opdracht van het NIFARP, de organisatie van de bedrijven die meedoen aan de bouw van het toestel. Eerder dit jaar kwam het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR) na een onderzoek in opdracht van het ministerie van Economische Zaken tot een soortgelijke slotsom.

Het kabinet wil later dit jaar besluiten om de deelname van ons land in het miljardenproject voort te zetten. De PvdA heeft in het verkiezingsprogramma vastgelegd dat Nederland eruit moet stappen.

JSF

De Tilburgse economen baseren hun conclusie op gesprekken die ze hebben gevoerd met de drie buitenlandse hoofdaannemers van de JSF en met Nederlandse bedrijven en kennisinstituten. Zij stellen dat nu al zicht is op een omzet voor de Nederlandse industrie op een omzet van 6,2 tot 8,8 miljard dollar. Dit komt overeen met 17.500 tot 25.000 arbeidsjaren.

Deze schattingen omvatten niet het werk dat Nederlandse bedrijven waarschijnlijk zullen krijgen door onderhoud van de toestellen. Ook is geen rekening gehouden met opdrachten vanuit de burgerluchtvaart en vanuit andere industrieën die het gevolg kunnen zijn van kennis en ervaring die bedrijven opdoen met de JSF. De onderzoekers tekenen bovendien bij hun conclusies aan dat ze met vijftien Nederlandse bedrijven en kennisinstituten hebben geproken, maar dat er inmiddels bijna tachtig meedoen aan de JSF.

De hoofdaannemers van de JSF (Lockheed Martin, Rolls-Royce en Pratt & Whitney) stellen dat de deelname aan de JSF de basis legt voor langdurige samenwerking met Nederlandse bedrijven. De Tilburgse economen denken daarom dat de Nederlandse industrie dankzij de JSF haar positie in de wereldmarkt verder kan versterken en uitbouwen.