AMSTERDAM - Het is niet goed gesteld met de kenniseconomie in Nederland. De mogelijkheden voor "een slim land" worden lang niet optimaal benut en Nederland doet nog steeds te weinig aan innovatie. Vooral op het gebied van onderwijs is er nog veel winst te halen.

Deze conclusies staan in de donderdag gepubliceerde Kenniseconomie Monitor 2006, gemaakt door de Stichting Kennisland. De Kenniseconomie Monitor 2006 werd donderdag aangeboden aan PvdA-lijsttrekker Wouter Bos op de Dag van de Kenniseconomie.

Kennisland ontwikkelt strategieën en projecten en organiseert bijeenkomsten met als doel Nederland een sterke plek te geven in de internationale kenniseconomie.

Bereikt

Volgens Kennisland is het belang van kennis en innovatie inmiddels diep in de samenleving doorgedrongen. De stichting noemt de oprichting van het Innovatieplatform, in 2003, daarvoor van doorslaggevend belang. Maar dat platform heeft volgens de stichting nog niet veel bereikt. "Er wordt sinds 2003 veel gepraat en te weinig gedaan om de Nederlandse kenniseconomie daadwerkelijk te versterken."

Bos sloot zich daarbij aan. "De kenniseconomie-agenda van het kabinet Balkenende is niet succesvol geweest en het Innovatieplatform is mislukt." Nederland heeft een nieuwe agenda voor innovatie en de kenniseconomie nodig, aldus Bos.

Schooluitval

"Kenniseconomie begint bij de basis, geen topsport zonder breedtesport. Dus goede vakmensen opleiden in het beroepsonderwijs en schooluitval bestrijden. Dat is goed voor werknemers, maar ook voor bedrijven. Die kunnen dan weer goed geschoold personeel vinden." Verder hield Bos een pleidooi voor een open, tolerante cultuur en een gastvrije houding ten opzichte van het buitenland.

De Kenniseconomie Monitor 2006 benoemt 'zes doorbraken voor de polder' die de komende kabinetsperiode moeten worden geforceerd om de Nederlandse kenniseconomie te versterken. Drie doorbraken zijn nodig op het gebied van onderwijs om problemen als het tekort aan talent, het tekort aan docenten en daarmee het lagere niveau van deze leraren en de kwaliteit van het onderwijs op te lossen.

Slimmer

Volgens de voorzitter van Kennisland Joeri van den Steenhoven zijn echte doorbraken nodig om Nederland slimmer te maken. "Wie de cijfers bekijkt, ziet dat we niet achterover kunnen leunen. De kenniseconomie gaat iedereen aan. En dat begint bij het onderwijs.

Geen top zonder een brede basis. De basis van een gezonde kenniseconomie is een goed opgeleide bevolking. Juist die basis is aan versterking toe."

De andere drie doorbraken spelen zich af op het gebied van ondernemerschap, het belang van de regio en een slimme overheid.