AMSTERDAM - Het Alternatief Voor Vakbond (AVV) heeft het pensioenfonds ABP gedagvaard voor de rechtbank in Heerlen, omdat er sprake zou zijn van leeftijdsdiscriminatie in het vroegpensioen voor overheidswerknemers.

De circa een jaar oude vakbond met 2300 leden, verwijt ABP de kosten voor de regelingen eenzijdig bij mensen onder 56 jaar te leggen. Bij de bodemprocedure is een groep van elf ambtenaren en docenten van 31 tot 53 jaar betrokken.

Discriminatie

"Er is sprake van verboden leeftijdsdiscriminatie nu 56-minners bijna alle kosten moeten dragen voor de vroegpensionering van 56-plussers, en 56-minners daarom zelf nog langer moeten doorwerken", aldus het AVV woensdag.

De circa een jaar oude vakbond, die bestaat uit een groep van ongeveer 2300 ambtenaren van 31 tot 53 jaar, verwijt het ABP de kosten voor de regelingen eenzijdig bij mensen onder 56 jaar te leggen. "Er is sprake van verboden leeftijdsdiscriminatie nu 56-minners bijna alle kosten moeten dragen voor de vroegpensionering van 56-plussers, en 56-minners daarom zelf nog langer moeten doorwerken", aldus het AVV woensdag.

Akkoord

Vorig jaar sloten overheidswerkgevers en vakbonden, zoals de Abvakabo FNV en CNV Publieke Zaak, een akkoord over de reparatie van het vroegpensioen. Hierdoor hoeven 56-plussers, ondanks het kabinetsbeleid om mensen langer door te laten werken, volgens het AVV slechts twee tot drie maanden meer te werken ten opzichte van de oorspronkelijk uittredingsleeftijd van 61 jaar.

De nieuwe vakbond heeft zich altijd tegen dit akkoord verzet, omdat jongere ambtenaren de komende jaren ongeveer 12 miljard euro moeten betalen om het vroegpensioen van de ouderen in stand te houden. Bovendien vindt het AVV het oneerlijk dat 56-minners tegelijkertijd het vooruitzicht hebben dat ze minimaal negen maanden langer moeten doorwerken.

Bij ABP zien ze de rechtszaak met vertrouwen tegemoet. Een woordvoerder van het pensioenfonds wijst erop dat de sociale partners vorig jaar hun akkoord hebben voorgelegd aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Deze heeft geoordeeld dat de regeling niet in strijd is met wet. Het leeftijdsonderscheid is objectief te rechtvaardigen. Zo is het volgens de CGB noodzakelijk voor "een betaalbaar en stabiel pensioensysteem".