DEN HAAG - In Nederland halen minder studenten een diploma in exacte vakken dan in andere West-Europese landen. Volgens het onderzoek Education at a Glance van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) loopt Nederland ruim achter bij Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Denemarken.

Niet meer dan 4 procent van de Nederlandse studenten studeert af in vakken als wiskunde en informatica. Ook het aandeel van studenten dat een diploma haalt in de natuurkunde en de zogeheten levenswetenschappen is in Nederland met 3,1 procent aan de lange kant.

Het jaarlijkse OESO-onderzoek, dat dinsdag is verschenen, bevestigt tevens dat het aantal vrouwen voor technische studies in Nederland kiest relatief klein is. Met 15 procent loopt dat ondanks de campagne om meisjes voor exacte vakken te interesseren achter bij het gemiddelde van de Europese Unie (25 procent).

Wiskunde

Op de middelbare school blinken Nederlandse leerlingen uitgerekend in wiskunde juist uit. Alleen in Korea en Finland scoren leerlingen beter.

Uit het onderzoek blijkt tevens dat Nederland van het totale inkomen 5 procent uitgeeft aan onderwijs. Dat is meer dan voorgaande jaren, maar 0,6 procent onder het gemiddelde van de Europese landen. De cijfers in het onderzoek over de onderwijsuitgaven in 29 landen hebben betrekking op 2003 en 2004.

Niveau

Het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking ligt boven het gemiddelde in zowel de OESO- als de EU-landen. Nederland zit echter niet aan de top. Van de 25-64-jarigen heeft zeven op de tien (71 procent) een diploma op minimaal het niveau van havo, vwo of mbo-2. De jongste leeftijdsgroep (25-34) is van de totale bevolking het best opgeleid.

Vergelijking met omringende landen wijst verder uit dat Nederlandse docenten relatief veel uren les geven. Het aanvangssalaris ligt zowel in het basis- als voortgezet onderwijs boven het gemiddelde in de EU. Wel is het zo dat de klassen met zestien leerlingen per docent groter zijn dan in de omringende landen.