DEN HAAG - Minister van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) trekt dit jaar 100 miljoen euro extra uit voor onderwijs in arme landen. Dat is woensdag in Den Haag bekendgemaakt. Het geld is bestemd voor zaken als salarissen van leraren en boeken van scholen in ontwikkelingslanden.

Onderwijs is een belangrijk onderdeel van de zogeheten Millenniumdoelen, die de wereldwijde armoede moeten bestrijden.

Nederland verhoogt met de 100 miljoen zijn inspanning voor het zogeheten Fast Track Initiative (FTI), dat in 2002 in het leven werd geroepen en meer kinderen in ontwikkelingslanden naar school moet helpen. Het geld is bestemd voor de onderwijsbegroting van een aantal landen.

In 2000 spraken de belangrijke donoren af dat ze zich meer zouden inspannen voor onderwijs in arme landen. Het Fast Track Initiative (FTI) was bedoeld om daar een extra impuls aan te geven en om de goede onderwijsplannen van de landelijke overheden die al op tafel liggen een grotere kans van slagen te geven.

Tekort

In de begroting van het FTI, dat onder beheer valt van de Wereldbank maar wel een eigen secretariaat heeft, zit voor dit jaar een gat van een half miljard dollar. Dat wordt door de extra bijdrage van Nederland nu iets ingelopen.

Op dit moment zijn de onderwijsplannen van twintig voornamelijk Afrikaanse landen goedgekeurd door het FTI. Volgend jaar komt daar waarschijnlijk nog een flink aantal landen bij, waardoor het tekort verder zal stijgen.

Jaarvergadering

De bekendmaking van het extra Nederlandse geld komt aan de vooravond van de jaarvergadering van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, die eind volgende week in Singapore wordt gehouden. Voor het FTI is tot nu toe in totaal 681 miljoen dollar toegezegd. Nederland neemt daarvan al een aanzienlijk deel (235 miljoen dollar) voor zijn rekening.