ZOETERMEER - Nederlandse nieuwe ondernemers werken vaker in deeltijd in vergelijking met hun buitenlandse collega's. Ook schatten ze vooraf beter in hoeveel tijd ze aan hun werk zullen besteden. Dat blijkt uit de donderdag gepubliceerde 'Global Entrepreneuship Monitor 2005' van onderzoeksbureau EIM.

Ruim vier op de tien eigenaars van jonge bedrijven in Nederland werken parttime, ofwel minder dan 36 uur per week. Binnen de Europese Unie en OESO-landen is dit gemiddeld circa twee op de tien.

In de meeste landen geldt ook dat ondernemers meer tijd in het eigen bedrijf steken dan zij vooraf hadden ingeschat. Maar in Nederland ligt dat precies andersom: daar waar 64 procent van de beginnende ondernemers verwacht fulltime te werken, blijkt maar 58 procent dat daadwerkelijk te gaan doen.

Het EIM constateert al jaren dat het aandeel nieuwe Nederlandse ondernemers internationaal achterblijft. Het economisch instituut voor het midden- en kleinbedrijf doet inmiddels voor de vijfde keer mee aan de wereldwijde jaarlijkse monitor, waaraan ongeveer veertig landen meedoen. In Nederland zijn 3500 volwassenen ondervraagd en 36 experts.

Bedrijf

Vorig jaar was 4,4 procent van de 18- tot 65-jarige Nederlanders bezig met het opzetten van een nieuw bedrijf of actief in een jonge onderneming (minder dan 3,5 jaar oud). In de OESO-landen was dit gemiddeld 6,8 procent en de EU-lidstaten 5,3 procent.

Verder verwacht 6,3 procent van de Nederlanders de komende drie jaar een eigen bedrijf te beginnen. Als reden wordt vooral "de wens om eigen baas te zijn" genoemd. Negen op de tien begint een onderneming, omdat ze kansen zien en 10 procent, omdat ze geen andere mogelijkheden voor werk denken te hebben.

Nederlandse ondernemers scoren volgens het EIM in internationaal verband ook matig op het gebied van de snelle groeiers. In ons land verwacht iets minder dan 6 procent van de beginnend ondernemers over vijf jaar twintig werknemers of meer in dienst te hebben. In de OESO-landen denkt ruim een op de tien dat in vijf jaar te hebben bereikt en binnen de EU is dit gemiddeld 13,2 procent.