DEN HAAG - Boeren en tuinders hebben qua inkomen nauwelijks last gehad van de prijzenoorlog in de supermarkten. Dat blijkt uit onderzoek dat het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in opdracht van minister Cees Veerman (Landbouw) heeft gedaan.

Het ging om specifiek onderzoek naar de effecten voor boeren die via coöperaties mede-eigenaar zijn van verwerkende industriëen zoals zuivel- en vleesbedrijven. De Tweede Kamer had daarom gevraagd. Uit eerder onderzoek, door het bureau EIM, bleek al dat de prijzenslag ook voor boeren en tuinders die niet zijn aangesloten bij coöperaties zeer beperkt invloed had.

Op consumentenniveau, schrijft Veerman woensdag in een Kamerbrief, zijn de prijzen sinds het begin van de prijzenoorlog in september 2003 tot eind 2005 met 8 procent gedaald. Dat was het directe gevolg van die prijzenslag.

Ondanks nieuwe prijsverlagingen stijgen de gemiddelde prijzen intussen echter. Volgens de LEI-onderzoekers zijn er geen aanwijzingen gevonden dat supermarkten onverantwoorde prijskortingen bedingen bij hun levenaranciers.

Incidentele factoren

De onderzoeken bevestigen nogmaals dat incidentele factoren zoals overproductie en dierziekten, tijdelijk negatief uitwerken op boereninkomens. Van blijvende invloed zijn de wereldwijde concurrentie (globalisering) en het mechanisme van de vrije markt.

Volgens het LEI-onderzoek was de inkomensontwikkeling in de melkveehouderij en de intensieve veehouderij in de onderzochte periode tussen september 2003 en eind 2005 redelijk positief.

De ontwikkeling in de akkerbouw-, de glasgroente- en de pluimveesector was minder goed. Volgens het LEI was de prijzenoorlog niet de oorzaak hiervan. Een hoog aanbod van akkerbouwproducten door weersomstandigheden, gestegen gasprijzen in de tuinbouw en een verstoring van het marktevenwicht in de pluimveesector door vogelgriep waren daar debet aan.

Exportgericht

Het LEI concludeert dat de gevolgen van de prijzenoorlog voor de winst van de verwerkende bedrijven zeer beperkt zijn en geen structureel effect op boereninkomens heeft. Veel bedrijven zijn exportgericht, is een argument. De afzet aan de Nederlandse detailhandel vormt maar een beperkt deel van de totale bedrijfsomzet.