LUXEMBURG - Er komt voorlopig geen Europese afspraak voor de maximale duur van een werkweek. Een groep van elf EU-landen, onder aanvoering van Luxemburg, wil niet dat Groot-Brittannië werknemers maximaal 65 uur per week kan laten werken.

Zij vonden zestig uur de maximale grens. Ook wilden de tegenstanders tijdens overleg, donderdagavond en vrijdagochtend in Luxemburg, dat de Britten op termijn een maximum van 48 uur moeten invoeren. De komende EU-voorzitter Finland moet nu een oplossing zien te vinden voor het probleem dat al ruim drie jaar aansleept.

Nederland stelde bij monde van minister Aart-Jan de Geus van Sociale Zaken dat hij een compromis van huidig voorzitter Oostenrijk "acceptabel" vond. Ook De Geus beet zich twee jaar geleden als EU-voorzitter al de tanden stuk op de kwestie. Hij denkt dat het nu moeilijk zal worden hierover de komende jaren een compromis te bereiken. Ook het Europees Parlement moet uiteindelijk nog met de zaak instemmen.

De Geus

Volgens De Geus "deert het Nederland niet" dat er geen compromis is bereikt. Hij heeft bovendien ook al een nationale regeling ingevoerd waardoor werkgevers op persoonlijke basis met personeel in bijvoorbeeld ziekenhuizen afspraken kunnen maken over wachttijden, de uren waarbij werknemers wel aanwezig zijn, maar niet echt werken.

Dit was nodig nadat het Europese Hof van Justitie vorig jaar bepaalde dat de uren die bijvoorbeeld verplegers of verzorgers 's nachts oproepbaar zijn in een ziekenhuis wel degelijk gelden als werktijd. De Geus vreest wel dat er door het uitblijven van een Europees compromis nu 25 nationale regelingen komen, "hoewel dat niet echt schadelijk zal zijn voor de interne markt in Europa".

De Britten bleven donderdagnacht hardnekkig vasthouden aan een maximale werkweek van 65 uur, berekend over een gemiddelde van drie maanden. Ook diverse nieuwe EU-lidstaten willen langere werkweken dan 48 uur mogelijk maken om de economie zo flexibel mogelijk te houden.