UTRECHT - FNV Bondgenoten verzet zich tegen het openstellen van de grenzen voor Poolse werknemers voor de agrarische sector, de vleesindustrie, de metaal en techniek en de ict. De vakbond vreest dat de Polen en andere werknemers uit Oost-Europa de plaatsen van Nederlands personeel zullen innemen.

Dat heeft FNV Bondgenoten donderdag gezegd naar aanleiding van een gesprek op het ministerie van Sociale Zaken. Volgens de bond wil minister De Geus de Oost-Europeanen in deze branches vrij toelaten omdat hij vindt dat bedrijven in de sectoren kampen met een groot tekort aan arbeidskrachten.

FNV Bondgenoten stelt dat bedrijven in de agrarische sector, de vleesindustrie, de metaal en techniek en de ict al op grote schaal buitenlandse werknemers inhuren. Dat is voor hen goedkoper "omdat ze door het niet naleven van de cao fors kunnen besparen op de loonkosten", aldus de bond. Nederlandse werknemers hebben volgens FNV Bondgenoten daarom het nakijken.

Volgens een woordvoerder van Van Hoof loopt FNV Bondgenoten op de zaken vooruit. "Er is geen enkel besluit genomen over welke sector open gaat". De zegsman verwacht volgend week een beslissing van de staatssecretaris.

Openstelling grenzen

Vooruitlopend op openstelling van de grenzen voor alle bedrijven per 1 januari volgend jaar wil staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken per sector bekijken of Oost-Europese werknemers al eerder in Nederland aan de slag kunnen. Van Hoof wil deze maand de eerste sectoren openstellen.

De versoepeling moet plaatsvinden door de zogeheten arbeidsmarkttoets voor deze branches af te schaffen. Nu krijgen Oost-Europese werknemers alleen een werkvergunning als het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) oordeelt dat in Nederland en in de rest van Europa onvoldoende mensen in de sector te vinden zijn.

Naast betaling onder het loon van Nederlandse werknemers hekelt FNV Bondgenoten de inspanningen van bedrijven in de vleessector om Nederlandse jongeren aan werk te helpen. Volgens de bond zetten de werkgevers zich daar onvoldoende voor in.