AMSTERDAM - Nederlandse banken maken zich zorgen over de gevolgen van de nieuwe boekhoudregels. Ze betwijfelen vooral de uitvoerbaarheid van het in 2005 verplichte reglement en hebben moeite met de kosten die de veranderingen met zich meebrengen. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau Ernst & Young onder 28 Nederlandse banken, dat maandag is gepresenteerd.

De Europese ministers van Financiën gingen in juni akkoord met de verordening die beursgenoteerde ondernemingen in de EU verplicht vanaf 2005 dezelfde regels te volgen. Deze International Accounting Standards (IAS) en de daarvan afgeleide International Financial Reporting Standards (IFRS) moeten het eenvoudiger maken de resultaten van bedrijven te vergelijken. Ook moeten ze de transparantie van ondernemingen vergroten en meer inzicht bieden in de totstandkoming van de winst.

De IAS hebben in eerste instantie alleen betrekking op de verslaggeving van de resultaten. De helft van de banken denkt dat de nieuwe regels de bedrijfsvoering gaan beïnvloeden, omdat diverse posten op de balans elk jaar opnieuw moeten worden gewaardeerd. Hierdoor veroorzaken de regels grotere schommelingen dan nu het geval is. Het beleid van de banken zal daarop worden aangepast, omdat bijvoorbeeld de aandeelhouders een regelmatige winstontwikkeling waarderen.

Hypotheekrente

Dat kan grote gevolgen hebben. Zo veroorzaakte ING een paar maanden geleden nog opschudding door te suggereren dat de vaste hypotheekrente zou kunnen verdwijnen omdat voortaan de waarde van de huizenleningen op de balans van de bank elk jaar aan de hand van de actuele rente moet worden berekend. Dat bleek echter een storm in een glas water.

Verder is de meest geuitte klacht van banken in het onderzoek de complexiteit van de regels. De financiële instellingen zeggen veel kosten te moeten maken voor advies bij de aanpassing van het bedrijf aan de nieuwe regels.

Tevens zijn ze bang voor een negatieve spiraal als de resultaten veel sterker gaan fluctueren. Relaties van de bank worden daar onzeker van, wat de prestaties van de bank onder druk kan zetten. In dat geval zal de kapitaalmarkt de bank een hogere rente in rekening brengen, met hogere kosten tot gevolg.

Voorstanders

Ondanks alle bezwaren is bijna de helft van de Nederlandse banken voorstander van de nieuwe regels. Vooral de betere vergelijkbaarheid is een voordeel in hun ogen. Er bestaat echter een groot verschil tussen de grote en de kleine banken, waarbij de grens bij duizend werknemers ligt. Bij de grote banken is ruim 40 procent voor en ruim 40 procent tegen. Onder de kleinere ondernemingen is de helft voorstander, terwijl eenvijfde tegenstribbelt. Ongeveer eenderde heeft er geen mening over, zo blijkt uit het onderzoek.