DEN HAAG - De Nederlandse regering heeft Nuon, Essent, Eon en Electrabel voorgetrokken bij de verdeling van importcapaciteit op het stroomnet. Dat oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven woensdag. Het CDA vreest voor schadeclaims bij de Staat die kunnen oplopen tot honderden miljoenen.

CDA-Tweede Kamerlid Jos Hessels eist daarover in schriftelijke vragen opheldering van minister Laurens Jan Brinkhorst van Economische Zaken. Aan de voorrangsregeling is na vijf jaar een einde gekomen, toen het Europese Hof van Justitie Nederland vorig jaar hiervoor berispte. De beheerder van het hoogspanningsnet, Tennet, greep toen in. Het artikel dat een voorrangsregeling mogelijk maakt staat nog wel in de wet.

Hoge prijs

Het ministerie van Economische Zaken vreest niet alleen voor schadeclaims van energiebedrijven die vinden dat ze te weinig kans hebben gehad om goedkope stroom te importeren, maar ook van grootgebruikers die stellen dat ze een te hoge prijs moesten betalen door gebrek aan mededinging. Minister Brinkhorst wilde vrijdag niet speculeren over de financiële gevolgen van het vonnis, maar benadrukte wel de voordelen van liberalisering van de energiemarkt.

De voorrangsregeling kwam in 2000 in de wet, hoewel de toenmalige Kamerleden Hans van den Akker (CDA) en Jan van Walsem (D66) dat probeerden te voorkomen door zelf een wetswijziging in te dienen, die het niet bleek te halen. CDA en D66 waarschuwden toen al voor strijdigheid met Europese regels.

Contracten

Bij de liberalisering van de energiemarkt had de SEP (Samenwerkende-Elektriciteitsproducenten), een kartel dat ontbonden werd, langlopende contracten met het buitenland. Die contracten werden overgenomen door de bedrijven die nu volgens de rechter zijn voorgetrokken.

Schade

Energiebedrijf Eneco zegt miljoenen euro's schade te hebben door de voorkeursregeling en wil deze via een schikking vergoed zien door de Staat. Het op twee na grootste energiebedrijf gaat hierover onderhandelen met het ministerie van Economische Zaken (EZ).

Voor deze importcontracten werd, met goedkeuring van de mededingingsautoriteit NMa, bijna een kwart van de schaarse invoercapaciteit op het stroomtransportnet gereserveerd. Dit was in strijd met de Europese mededingingsregels want andere energiebedrijven werden uitgesloten van deze importcapaciteit.

De zaak was aangespannen door de energiebeurs APX, Eneco en de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW), de belangenbehartiger van zakelijke energie- en watergebruikers.

Te veel betaald

"Met de uitspraak is een belangrijke stap gezet op weg naar meer concurrentie op de Nederlandse elektriciteitsmarkt", zei Hans Grünfeld, algemeen directeur van VEMW, in een reactie. Hij becijfert dat in de periode 2000 tot en met 2005 een gemiddeld huishouden, door het gebrek aan vrije importcapaciteit, circa 200 euro te veel heeft betaald voor elektriciteit. "Grootzakelijke gebruikers hebben veel meer schade geleden", aldus Grünfeld.

Eneco, dat destijds zelf niet over productiecapaciteit beschikte, is ernstig benadeeld door de voorkeursbehandeling voor de concurrenten. Het bedrijf kocht rond 1998 goedkope stroom in Duitsland om deze in Nederland te verkopen maar kon daar geen importcapaciteit voor krijgen. Hierdoor moest het energiebedrijf alsnog duurdere Nederlandse stroom inkopen.

Enron

Ook een Nederlandse werkmaatschappij van Enron werd gedupeerd door de voorkeursbehandeling van de bestaande energiebedrijven. Het Amerikaanse energieconcern beschikte als nieuwkomer op de Nederlandse energiemarkt niet over eigen productiecapaciteit. Hierdoor was Enron aangewezen op import maar hiervoor was nauwelijks capaciteit voorhanden.