VOORBURG - Allochtone ambtenaren verdienen 4 procent minder dan autochtone collega's. Dat blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die werknemers met dezelfde opleiding en leeftijd met elkaar heeft vergeleken.

Het gaat om allochtonen uit niet-westerse landen van de eerste generatie die naar Nederland zijn gekomen. Worden de verschillen in bijvoorbeeld opleiding buiten beschouwing gelaten, dan verdienden niet-westerse allochtonen van de eerste generatie in 2004 bijna 20 procent minder dan autochtonen.

De tweede generatie doet het nog slechter. Zij ontvingen in 2004 bijna een kwart minder salaris. Bij hen komt het verschil alleen wel volledig door hun lagere opleiding en lagere leeftijd in vergelijking met autochtoon overheidspersoneel.

Discriminatie

Omdat er veel meer allochtonen uit de eerste generatie bij de overheid werken dan uit de tweede generatie, blijft het onverklaarbare verschil in loon voor de hele groep steken op 4 procent. "Het verschil in beloning wil echter nog niet zeggen dat het om discriminatie gaat", zegt een woordvoerster van het CBS. Zo blijft een deel van de allochtonen in loon achter omdat zij niet zo goed Nederlands spreken.

Vooral bij de gemeenten krijgen allochtonen minder betaald. Samen met de provincies en de waterschappen zijn de gemeenten verantwoordelijk voor een beloningsverschil tussen niet-westerse allochtonen en autochtonen van 27 procent. Na correctie van bijvoorbeeld leeftijd en opleiding blijft er een onverklaard verschil over van 7 procent. De verschillen in salaris zijn het kleinst bij de politie en defensie.