BRUSSEL - De 'oude' lidstaten van de Europese Unie, waaronder ook Nederland, slagen er veel minder in om kinderen van immigranten succesvol op te leiden dan landen als Australië, Nieuw-Zeeland en Canada. Jonge allochtonen krijgen daardoor geen gelijke kansen op de arbeidsmarkt, wat de integratie niet ten goede komt.

Dat schrijft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in een maandag verschenen rapport.

Duitsland komt er in het OESO-rapport over zeventien ontwikkelde landen het slechtst vanaf. Maar ook Nederland staat in het rijtje van landen waar autochtone leerlingen het vaakst met een achterstand de school verlaten, samen met Frankrijk, Oostenrijk, Denemarken, België en niet-EU-lid Zwitserland.

In de West-Europese landen is in Zweden het verschil in schoolprestaties tussen allochtone en autochtone kinderen het kleinst.

Gemotiveerd

Volgens de OESO is het merendeel van de allochtone leerlingen zeer gemotiveerd en kunnen hun mindere schoolprestaties slechts ten dele worden verklaard uit verschillen in sociaal-economische achtergrond. Taalonderwijs is een veel belangrijker factor, aldus het rapport. De landen waar het onderwijs aan allochtonen wel functioneert hebben uitgebreide programma's om kinderen van immigranten extra taallessen te geven.