TILBURG - Lager opgeleide Nederlanders scholen zich minder bij, terwijl hoogopgeleiden vaker een training of cursus volgen voor hun werk. Dat blijkt uit een dinsdag gepubliceerde peiling van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA), die is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Het aantal 16- tot 65-jarigen dat een opleiding volgt voor hun beroep is stabiel gebleven en bedroeg tussen 2002 en 2004 bijna vier op de tien. Onder mensen met alleen lagere school daalde dit echter van 23 naar 18 procent. Bij vmbo'ers bleef het aantal cursisten volgens OSA met 28 en 29 procent "ver onder het gemiddelde steken".

Tegelijkertijd groeide het aantal mensen met een universitair diploma dat zich bijschoolde, van 46 tot 53 procent. Hbo'ers bleven stabiel met 48 procent ruim boven het gemiddelde hangen en mensen met een opleiding op mbo-, havo- of vwo-niveau schommelden tussen de 43 en 42 procent.

Dagopleiding

Het onderzoek is verricht onder ongeveer 4300 mensen van 16 tot 65 jaar, die op het moment van de peiling geen volledige dagopleiding volgden. Daaruit blijkt ook dat jongeren "verreweg het vaakst" een opleiding voor hun werk volgen.

Bijna twee derde van mensen tussen 16 en 24 jaar zei scholing te hebben gehad tussen 2002 en 2004, terwijl dat bij de groep van 55 tot 65 jaar voor 15 procent gold. Volgens S. Bekker van OSA wordt dit beeld wel vertekend, omdat mensen gevraagd is naar de periode twee jaar geleden. Het kan heel goed zijn dat de jongeren toen nog een dagopleiding volgden.