WASHINGTON - Het stimuleren van schone vormen van energie mag zich niet beperken tot opkomende markten als China en India. De aandacht moet erop zijn gericht dat alle armste landen toegang krijgen tot energie, als het kan zo schoon mogelijk.

Dat heeft minister van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) zondag gezegd in Washington. De bewindsvrouw nam daar deel aan de voorjaarsvergadering van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

De ideeën van de bewindsvrouw werden volgens haar woordvoerster breed gedragen en zullen later dit jaar worden uitgewerkt.

Wereldbank

Op de agenda van de voorjaarsvergadering stond onder meer een rapport van de Wereldbank over schone vormen van energie. Het rapport is een uitvloeisel van de G8-top vorig jaar in Schotland, waar speciale aandacht was voor de gevolgen van klimaatverandering.

Het raamwerk dat de Wereldbank nu heeft opgesteld gaat over benodigde investeringen voor schone energie en duurzame ontwikkeling.

Volgens Van Ardenne mag de discussie over schone energie zich niet verengen tot de midden-inkomenslanden. Ze wees erop dat alleen al in de landen ten zuiden van de Sahara 500 miljoen mensen geen toegang hebben tot energie. En dat terwijl de armoede daar het grootst is. Wereldwijd hebben 1,6 miljard mensen niet de beschikking over energie. Volgens internationale afspraken moet dat aantal in 2015 met de helft zijn teruggebracht.

Brandhout

Concreet pleitte de bewindsvrouw onder meer voor een duurzaam gebruik van traditionele vormen van energie, zoals het stoken van brandhout en het gebruik van kookoventjes. Het zogeheten Energie voor Iedereen-initiatief (Energy for All) van de bewindsvrouw is ook gericht op verbetering van onder meer onderwijsvoorzieningen.