VOORBURG - Vooral dankzij het stijgende opleidingsniveau van de Nederlanders zijn de afgelopen jaren meer mensen aan de slag gekomen. Vorig jaar was bijna driekwart van de beroepsbevolking aan het werk, tegen circa twee derde in 1996. Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerd onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Tien jaar geleden was nog 26 procent van de beroepsbevolking tussen de 25 en 65 jaar hoogopgeleid. Vorig jaar was inmiddels een derde in het bezit van een hbo- of universitair diploma.

Tegelijkertijd is het aandeel laagopgeleiden (basisonderwijs of vmbo) gedaald van ongeveer 30 naar bijna 23 procent. Hoogopgeleiden zijn volgens het CBS altijd het vaakst actief op de arbeidsmarkt. In 2005 was gemiddeld 85 procent van de mensen met een hbo- of universitair diploma tenminste 12 uur per week aan het werk of op zoek naar een baan. Dat is ongeveer evenveel als tien jaar geleden.

Arbeidsmarkt

Terwijl de groep laagopgeleiden kromp, werd ook een groter aandeel van hen actief op de arbeidsmarkt. Dat geldt vooral voor vmbo'ers. Van deze mensen was vorig jaar 62 procent aan de slag of op zoek naar werk, terwijl dat in 1996 nog 56 procent was.

Van de personen met alleen basisschool was vorig jaar nog altijd minder dan de helft aan het werk of op zoek naar een baan. De afgelopen jaren steeg de arbeidsparticipatie onder deze mensen licht en wel van 43 naar ruim 46 procent. De stijging bij deze groep is volgens CBS-onderzoeker M. Vergeer ook te danken aan de groeiende groep vrouwen die actief is geworden.