DEN HAAG - Hoe beter de woonomgeving, hoe hoger de prijs van een koopwoning. Vooral in de stad, maar ook op het platteland bepaalt de omgeving zoals de nabijheid van snelwegen en werk voor meer dan de helft de prijs van een woning per vierkante meter. Ontwikkelaars van buurten en wijken zouden daar veel meer rekening mee moeten houden. Momenteel gebeurt dat onvoldoende.

Dit stelt het Ruimtelijk Planbureau (RPB) in zijn woensdag verschenen studie "De prijs van de plek. Woonomgeving en woningprijs". Als basis gebruikte het RPB een groot aantal woningverkopen in de periode 1998-2003.

Buurt

De nabijheid van werkgelegenheid doet wonderen, maar met een rijksweg in de buurt ligt dat iets anders. In de stad leidt dat tot lagere huizenprijzen, want een snelweg om de hoek betekent meer overlast van geluid en stank. In landelijk gebied daarentegen stuwt een snelweg in de buurt de prijzen op: de bereikbaarheid wordt er beter op.

Het aantal niet-westerse allochtonen drukt ook sterk de huizenprijs per vierkante meter. Dit effect treedt volgens het planbureau vooral op in de stad en veel minder op het platteland.

Open ruimte, groen en water spelen een minder belangrijke rol dan vaak wordt verontsteld, maar sommige factoren spelen wel degelijk een rol. Een bos in de buurt tikt flink aan. "Recreatief groen" is dan in het stedelijk gebied een troef. Bedrijventerreinen in de buurt drukken daarentegen de huizenprijzen. Het RPB concludeert wat menig huizenkoper misschien al wist.

Locatie is belangrijk. Bij de planning van woonwijken moet daarover goed nagedacht worden. Locaties in de buurt van inritten van snelwegen, stations en haltes, maar ook van bos en water, zijn zeer gewild.