PARIJS - Nederland heeft vorig jaar meer aan ontwikkelingshulp uitgegeven dan een jaar eerder. Het geld dat naar ontwikkelingslanden ging als percentage van het bruto nationaal inkomen steeg van 0,73 in 2004 naar 0,82. Daarmee behoort Nederland tot de meest gulle gevers ter wereld.

Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerde gegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De uitgaven van Nederland aan ontwikkelingshulp ging afgelopen jaar met 20,2 procent omhoog tot 5,13 miljard dollar (4,25 miljard euro). De toename is volgens een woordvoerster van staatssecretaris Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) boekhoudkundig van aard, omdat India in 2004 vervroegd al haar schulden aan Nederland heeft afgelost.

In totaal werd vorig jaar 106,5 miljard dollar (88,2 miljard euro) uitgegeven aan ontwikkelingshulp. Dat is een stijging van 31,4 procent ten opzichte van 2004 en een nieuw record.

De sterke toename heeft vooral te maken met de schuldenkwijtschelding van Irak en Nigeria van meer dan 19 miljard dollar. Ook de miljardenhulp aan landen die werden getroffen door de tsunami droeg bij aan de gestegen uitgaven aan ontwikkelingshulp.

Grootste

De grootste donateurs waren vorig jaar wederom de Verenigde Staten met in totaal 27,4 miljard dollar (22,7 miljard euro), gevolgd door Japan met 13,1 miljard dollar. Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland staan respectievelijk op de derde, vierde en vijfde plaats. Nederland staat op zes. In de cijfers voor de ontwikkelingshulp zijn ook de kwijtgescholden schulden verwerkt.

Nederland was vorig jaar samen met Denemarken, Luxemburg, Noorwegen en Zweden een van de weinige landen dat zich hield aan de VN-norm voor ontwikkelingshulp. Die norm stelt dat een land jaarlijks minstens 0,7 procent van het bruto nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp geeft.

Noorwegen stond bovenaan met 0,93 procent. De VS gaven 0,22 procent van het nationaal inkomen.