AMSTERDAM - "Ik fungeerde als boodschappenjongen." Met die verklaring probeert de voormalig Ahold-bestuurder Jan Andreae zijn aandeel in de fraude met een dochterbedrijf in Zweden te minimaliseren. De gewezen bestuurder heeft in 2000 zijn handtekeningen gezet onder geheime contracten met de Zweedse supermarktketen ICA.

Andreae beweert dat hij daarbij blind vertrouwde op financieel directeur Michiel Meurs van Ahold, die hem met de documenten op pad heeft gestuurd. "Het is niets anders dan dat je voor een collega voor zíjn vakgebied een handtekening ophaalt in Zweden. Ik heb iets als een formaliteit meegenomen en daar heb ik me inhoudelijk niet mee beziggehouden." Dat heeft Andreae maandag verklaard voor de rechtbank in Amsterdam.

Strafzaak

Daar is de behandeling van de strafzaak rond de fraude bij Ahold de derde week ingegaan. Drie voormalige bestuurders en een gewezen commissaris staan terecht voor hun rol in de fraude, waarbij de gehele omzet van halfdochters in het buitenland als inkomsten van Ahold werden opgevoerd. Het ging om gezamenlijke dochterbedrijven in Zuid-Amerika en om ICA. Ahold claimde daartoe de zeggenschap over de ondernemingen in een brief, die door een ander document door alle betrokkenen werd tegengesproken.

Andreae was betrokken bij deze constructie in Zweden, omdat hij tussen 1997 en 2004 als bestuurder verantwoordelijk was voor de Europese onderdelen van Ahold. Het supermarktconcern liet beide documenten begin mei 2000 ondertekenen door de mede-eigenaren van ICA. Dat was kort na de formele oprichting van de gezamenlijke onderneming met de Zweden, in februari van dat jaar.

Pertinent onjuist

Financieel topman Meurs heeft vorige week gezegd dat hij de brief waarin Ahold de macht opeiste gelijktijdig met het ontkennende document aan Andreae heeft gegeven. Hij zou tevens het doel van die brieven hebben uitgelegd. Andreae noemde deze beweringen "pertinent onjuist". Hij stelde dat hij eerst de brief betreffende de controle in Zweden heeft laten tekenen. Omdat vanuit ICA kritiek werd geuit op die brief, volgde binnen enkele dagen het document waarin de afspraken werden ontkracht, ook wel de 'side letter' genoemd.

Deze lezing bracht de gewezen bestuurder in een lastig parket, toen in de rechtbank bleek dat Andreae de omstreden documenten hoogstwaarschijnlijk tegelijkertijd ondertekend heeft. De verdachte had daar geen pasklare verklaring voor. Andreae vermoedt dat hij destijds eerst alle brieven heeft verzameld, voordat hij er handtekeningen onder zette. "Klinkt de verklaring van meneer Meurs dan toch niet logischer", vroeg de rechter zich af. Beide documenten zijn gedateerd op 2 mei 2000, maar onder de side letter staat met de hand 5 mei als datum van ondertekening geschreven.

Andreae benadrukte maandag hij als bestuurder bij Ahold niet verantwoordelijk was voor de 'haute finance', waaronder ook hij ook de consolidatie van de omzet van dochterbedrijven schaart. Dat noemde hij een zaak van topman Cees van der Hoeven en financieel directeur Meurs en zijn specialisten. "Het is nu eenmaal zo dat ik dat niet tot mijn werkgebied rekende. En ik bemoeide me daar dus ook niet mee. Ieder zijn vak. Er is in de zeven jaar dat ik in het bestuur zat ook nooit over consolidatie gesproken op een manier van: daar hebben we een probleem."