AMSTERDAM - Eenmansbedrijfjes moeten tegen minimumtarieven hun diensten gaan aanbieden. De FNV wil dat in cao's vastleggen. Met een bodem in de prijzen moet oneigenlijke concurrentie door kleine zelfstandigen uit de nieuwe EU-landen zoals Polen worden tegengegaan.

Dat heeft vicevoorzitter T. Heerts van de vakcentrale zaterdag gezegd. Hij bevestigt hiermee een bericht in het Financieele Dagblad. De minimumtarieven moeten voorkomen dat bedrijven het werk niet langer laten uitvoeren door de eigen vaste medewerkers maar door kleine zelfstandigen die tegen bodemprijzen werken.

Naar verwachting zullen steeds meer kleine zelfstandigen uit de Europese lidstaten hun heil in Nederland zoeken nu het Europees Parlement akkoord is over de dienstenrichtlijn. Deze verordening maakt het grote, kleine en eenmansbedrijven makkelijker om diensten aan te bieden in een ander EU-land. De FNV is voor vrij verkeer van diensten, maar dan moeten mensen voor hetzelfde werk wel hetzelfde geld ontvangen.

Het gaat niet alleen om Poolse en andere Oost-Europese eenpitters. Ook kleine zelfstandigen in Nederland bieden hun diensten soms tegen enorm lage tarieven aan, vooral in de bouw, de metaal, de grafische sector en de media. De FNV probeert daarom in deze sectoren minimumtarieven af te spreken met werkgevers.

Kartelvorming

Heerts is er niet zeker van dat de FNV afspraken over minimumprijzen voor de zogeheten zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) mag maken in cao's. Zo'n beding staat namelijk op gespannen voet met de regels tegen kartelvorming. De vakcentrale heeft contact opgenomen met de kartelwaakhond NMa, maar die geeft echter vooraf geen oordeel, aldus de vicevoorzitter.

Het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) doet dat wel. Deze organisatie, die de belangen van ruim 10.000 eenmansbedrijfjes vertegenwoordigd, is tegen de plannen van de FNV. PZO is onderdeel van werkgeversorganisatie VNO-NCW. De FNV doet ook aan belangenbehartiging van zzp'ers en heeft 20.000 zelfstandige leden. Nederland telt ongeveer 750.000 eenpitters.