Zalm wil niet zomaar Schiphol privatiseren

DEN HAAG - Minister Zalm (Financiën) stelt precieze voorwaarden aan de voorgenomen gedeeltelijke privatisering van de luchthaven Schiphol. Dat blijkt uit een brief vrijdag aan de Tweede Kamer.

Het kabinet wil 49 procent van de aandelen in Schiphol afstoten, gedeeltelijk via een beursgang en gedeeltelijk via een onderhandse verkoop aan een groepje grote beleggers. Een eventueel nadelig prijsverschil van biedingen in de onderhandse plaatsing ten opzichte van de te realiseren beurskoers dient beperkt te zijn en "in ieder geval niet groter dan 5 procent".

Zalm was altijd voorstander van een beursgang, mede wegens de te verwachten hogere opbrengst. Begin dit jaar stelde hij een combinatie met een onderhandse plaatsing voor. Daarmee haalde hij het CDA in de Tweede Kamer over de streep. Die partij hield de privatisering, voorzien in het regeerakkoord van Balkenende-2, steeds tegen.

Werkgelegenheid

Volgens de christen-democraten zouden zaken als de werkgelegenheid en het milieu met het binnenhalen van een kleine groep investeerders voor een langetijd beter gewaarborgd zijn. Dat zou ook de leiding van Schiphol scherp houden.

Voor een geslaagde beursgang moet volgens Zalm ten minste 25 procent van de aandelen een beursnotering krijgen. Voor onderhandse plaatsing blijft dan maximaal 24,99 procent beschikbaar. Zalm kondigde eind januari al aan dat hij een "behoorlijk" deel van de aandelen via de beurs wilde verkopen.

Schiphol is voor 75,8 procent in handen van de Staat, de gemeente Amsterdam heeft 21,8 procent en de gemeente Rotterdam 2,4 procent. Zalm bevestigt in zijn brief dat hij voorrang wil geven aan Amsterdam, maar ook Rotterdam bij de aandelenverkoop. Dat levert de steden extra middelen op voor investeringen in hun gemeenten.

Campagne

Vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart deed Zalm die toezegging al toen hij in de hoofdstad op campagne was. Een voorwaarde was wel dat de politieke partijen in Amsterdam hun verzet tegen de aandelenverkoop staakten.

Andere voorwaarden die Zalm opsomt, zijn dat de grote investeerders hun stukken minimaal zeven jaar in bezit moeten houden. Na die periode heeft de overheid een 'eerste recht van koop'. Het gaat verder om pakketten van minimaal 2 procent.

Hierdoor worden grote, professionele investeerders bediend en blijven die "tot een overzichtelijk aantal beperkt".

Over het tijdstip van de aandelenverkoop zwijgt de minister. Hij schrijft wel dat hij zich bij tegenvallende marktomstandigheden het recht voorbehoudt om de transacties tegen te houden.

Tip de redactie