AMSTERDAM - De rechtbank in Amsterdam begint maandag met de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de voormalige Ahold-top. Vier gewezen kopstukken van het supermarktconcern, onder wie topman Cees van der Hoeven, moeten verantwoording afleggen voor de fraude die begin 2003 aan het licht kwam.

Naast Van der Hoeven staat ook zijn financiële rechterhand Michiel Meurs terecht. Voorafgaand aan de rechtszaak werd hij neergezet als het brein achter frauduleuze constructies om dochterbedrijven volledig te kunnen consolideren. Ook voormalig bestuurder Jan Andreae en de gewezen commissaris Roland Fahlin moeten zich voor de rechter verantwoorden.

Oplichting

Het viertal wordt verdacht van valsheid in geschrifte en oplichting. Door buitenlandse supermarktketens waarin Ahold geen meerderheidsbelangen had volledig mee te nemen in de eigen cijfers, pompte het beursgenoteerde concern illegaal zijn omzetcijfers op. Daarnaast werd er geknoeid met inkoopkortingen bij de Amerikaanse dochter US Foodservice.

Het concern Ahold is niet betrokken bij de strafzaak. De supermarktketen heeft de afgelopen jaren geprobeerd de fraudezaak van zich af te schudden en trof daarvoor in november nog een schikking met aandeelhouders ter waarde van 1,1 miljard dollar.

De rechtbank in Amsterdam neemt de tijd om de frauduleuze constructies die de voormalige top heeft toegepast goed uit te diepen. De komende vier weken worden besteed aan het behandelen van de diverse onderdelen van de fraudezaak. Daarna volgt de strafeis van het Openbaar Ministerie en de reactie daarop van de advocaten.

De rechtbank verwacht maandag 22 mei uitspraak te kunnen doen.