LONDEN - Drie Britse bankiers moeten in de Verenigde Staten terechtstaan voor hun rol in het boekhoudschandaal rond de Amerikaanse energiereus Enron. Het Britse Hooggerechtshof heeft bepaald dat zij aan de VS kunnen worden uitgeleverd. Enron ging in 2001 ten onder nadat grootschalige fraude bij het energieconcern aan het licht was gekomen.

De drie Britten waren naar de rechter gestapt om een bevel tot uitlevering van de Britse regering aan te vechten. Ze werkten indertijd bij de bank NatWest, die een belang had in Enron. Op hun advies zou de bank het belang in 2001 hebben verkocht tegen een te lage prijs. Later kochten ze het zelf terug en verkochten ze het weer met een winst van 7,3 miljoen dollar.

De drie bankiers, David Bermingham, Gary Mulgrew en Giles Darby, zijn ervan beschuldigd bij de transactie onder een hoedje te hebben gespeeld met verscheidene topmannen van Enron. Onder hen is de voormalig financieel directeur van het energiebedrijf, Andrew Fastow, die wegens zijn rol in het fraudeschandaal een gevangenisstraf moet uitzitten van tien jaar.