DEN HAAG - Als een pandemie (een wereldwijde griepuitbraak) Nederland treft, zal de economie daarvan schade ondervinden, maar niet totaal ontwricht raken. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid heeft dat woensdag, namens premier Balkenende en de ministers Brinkhorst (Economische Zaken) en Remkes (Binnenlandse Zaken) geantwoord op vragen van de VVD.

Het kabinet vertrouwt op de flexibiliteit van het Nederlandse bedrijfsleven, zo schrijft Hoogervorst. De bedrijven zijn volgens het kabinet immers zelf in eerste instantie verantwoordelijk voor het bestrijden van een crisis in hun bedrijfsvoering.

Wereldwijd

Een pandemie is een wereldwijde uitbraak van een nieuw griepvirus, waartegen de mens nog geen weerstand heeft kunnen opbouwen. Bij eerdere uitbraken in de vorige eeuw stierven miljoenen mensen. Het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, gaat ervan uit dat in Nederland bij een pandemie ongeveer 40.000 mensen zullen sterven. Een kwart van de bevolking, ongeveer vier miljoen mensen, zal ziek worden.

Wetenschappers zijn bang dat het huidige vogelgriepvirus, dat steeds dichter in de buurt van Nederland komt, zich zal omvormen tot een nieuw virus dat overspringt van mens op mens. Vervolgens kan het zich razendsnel verspreiden over de wereld.

Chaos

Diverse deskundigen in binnen- en buitenland voorspellen totale chaos als een pandemie uitbreekt. Mensen zullen massaal in paniek raken, zich opsluiten in huis en het openbare leven zal stil komen te liggen, verwachten ze. Viroloog Osterhaus, bijvoorbeeld, voorspelde enkele weken geleden dat de economie een "meltdown" zal ondergaan, een totale ineenstorting. Het kabinet is aanmerkelijk optimistischer, zo schrijft het in antwoord op de vragen van de VVD-Tweede-Kamerleden Schippers en Dezentjé Hamming.

Draaiboek

Als er tegen de verwachting in toch voedselschaarste ontstaat, doordat de supermarkten niet meer functioneren, stelt het ministerie van Landbouw het draaiboek crisisbeheersing voedselvoorziening in werking. De overheid zal de kaders scheppen om de vitale infrastructuur in Nederland overeind te houden, zodat bedrijven kunnen blijven functioneren.