VOORBURG - Meer vrouwen zijn de afgelopen jaren actief geworden op de arbeidsmarkt. Vooral alleenstaande moeders zijn vaker aan de slag gegaan. Tegelijkertijd is het aandeel mannen dat werkt of op zoek is naar een baan, iets teruggelopen. Dat blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2005 werkten bijna 3,2 miljoen vrouwen of ze waren op zoek naar een baan voor tenminste twaalf uur per week. Daarmee behoorde 58,7 procent van de vrouwen tussen de 15 en 65 jaar tot de beroepsbevolking, tegen 55,9 procent in 2001.

Van de mannen was vorig jaar 76,5 procent actief op de arbeidsmarkt. Dat is 2 procentpunten minder dan in 2001. Mannen waren in 2005 met 4,2 miljoen werkenden en werkzoekenden nog wel altijd flink in de meerderheid ten opzichte van vrouwen, maar het verschil wordt kleiner.

Het CBS concludeerde eind 2004 nog in een gezamenlijk rapport met het Sociaal en Cultureel Planbureau dat de emancipatie van vrouwen achterblijft. Het streven van het ministerie van Sociale Zaken om 65 procent van de vrouwelijke beroepsbevolking aan het werk te hebben in 2010.

Volgens CBS-onderzoeker M. Vergeer blijkt nu dat het aandeel vrouwen op de arbeidsmarkt is blijven groeien ondanks de onzekere economische situatie in de afgelopen jaren. "Maar om die 65 procent te halen is nog enige versnelling nodig. De afgelopen vier jaar is er een kleine 3 procentpunt bijgekomen. Tot 2010 is per jaar ruim 1 procentpunt nodig."

Vrouwen zijn vooral meer aan de slag gegaan in de zorg, het onderwijs en het openbaar bestuur, dankzij groei van de werkgelegenheid in deze sectoren. Het feit dat fors meer alleenstaande moeders aan het werk willen of een baan zoeken, laat volgens Vergeer ook zien dat de kinderopvang is verbeterd en de regels rondom uitkeringen strenger zijn geworden. Het aantal alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt is sinds 2001 met 39.000 gestegen tot bijna 200.000 in 2004.