TOKIO - De snelgroeiende economieën in het oosten van Azië expanderen volgend jaar nog een stukje sneller. De economische groei komt uit op 7,2 procent ten opzichte van dit jaar waarin de expansie naar schatting 7,1 procent bedraagt. Dat heeft de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB) in een maandag gepubliceerd rapport bekendgemaakt.

De verschillen in groeitempo zijn groot, constateert de bank. China groeit nog steeds exponentieel met een toename van net onder de 9 procent. Wordt de volksrepubliek niet in de groeiramingen van het oosten van Azië meegenomen, dan komt de groei van de regio uit op 5,3 procent. Dat is nog altijd flink hoger dan de ADB voor dit jaar voorziet: 4,6 procent.

De hogere groei in 2006 schrijft de ADB toe aan een ommezwaai in wereldvraag naar producten in de informatietechnologie, een herstel van de binnenlandse vraag in Japan en een aanhoudend sterke groei in China. Deze economie wordt vooral gedreven door de particuliere consumptie en door de investeringen.

De ontwikkelingsbank heeft een aantal slagen om de arm gehouden voor de groeiramingen. Die betreffen de toenemende onevenwichtigheden op de betalingsbalansen, een scherpe stijging van de rente, oplopende prijzen voor ruwe olie een eventuele epidemie op grote schaal van de vogelgriep.

Tot de Asean-landen behoren: Brunei, Cambodja, Filipijnen, Indonesië, Laos, Maleisië, Birma, (Myanmar), Singapore, Thailand en Vietnam. Verder rekent de ADB China en Zuid-Korea tot het oosten van Azië.