VOORBURG - Steeds meer huishoudens zijn pessimistisch over hun financiële toekomst. Bijna een kwart verwacht in het komende jaar er financieel op achteruit te gaan. In 2004 verwachtte nog een op de vijf huishoudens een achteruitgang en in 2000 een op de tien.

Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek maandag heeft gepubliceerd. Sinds 2003 is het aantal optimisten kleiner dan het aantal pessimisten. Tegenover de 23 procent die denkt er de komende twaalf maanden op achteruit te gaan, staat nu 14 procent die verwacht dat zijn financiële situatie verbetert.

Hoe lager het inkomen, hoe somberder de verwachtingen zijn, zo blijkt uit de cijfers. Van de huishoudens die behoren tot laagste inkomensgroepen denkt een op de drie dat het financieel slechter zal gaan. Dat is drie maal zoveel als in 2000. Tot deze inkomensgroep behoren veel 55-plussers met een pensioen of een uitkering.

Terugkijkend zegt 38 procent van de huishoudens dat zijn financiële situatie de afgelopen twaalf maanden slechter is geworden. Dat is evenveel als vorig jaar. Een tiende zag een verbetering.

Nog maar vier op de tien huishoudens houdt geld over. In 2000 was dat nog ruim de helft. Steeds meer mensen kunnen precies rondkomen. Bijna 3 procent moet schulden maken en bijna 6 procent moet zijn spaargeld aanspreken om uit te komen.