AMSTERDAM - Het vertrouwen in de politiek, de Europese Unie, de euro en de sociale zekerheid daalt. Slechts een op de drie Nederlanders zegt nog veel vertrouwen te hebben in het parlement. Dat blijkt dinsdag uit een onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Universiteit van Tilburg, gepresenteerd door DNB-president Wellink.

Maar liefst 20 procent ziet niets in het parlement, terwijl minder dan 30 procent zich gunstig uitlaat over de EU. Volgens de onderzoekers kan de euro rekenen op ongeveer 40 procent van de mensen, net zoals de sociale zekerheid.

"Het percentage Nederlanders dat zegt heel veel vertrouwen te hebben in de sociale zekerheid is afgenomen van ongeveer 60 procent in 2000 naar circa 25 procent in de zomer van 2005", aldus Wellink dinsdag.

Negatieve weerslag

Dat Nederlanders de politiek nauwelijks zien zitten, noemt de DNB-topman zorgelijk. "Dit gaat ten koste van de effectiviteit van het beleid en heeft een negatieve weerslag op de economie". Het vertrouwen in de overheid hangt volgens Wellink nauw samen met het consumentenvertrouwen.

Volgens de onderzoekers zit het tussen mensen onderling, ook wel sociaal vertrouwen genoemd, in Nederland wel goed. Over de afgelopen 25 jaar is deze flink gestegen, van 45 procent in 1981 naar bijna 70 procent in 2005. "Daarmee is het sociaal vertrouwen in Nederland zowel in historisch als internationaal opzicht hoog", aldus Wellink.

Voorspelbaarheid

Volgens hem zou de politiek een beleid moeten voeren dat gericht is op voorspelbaarheid. Dit kan door niet te hoge verwachtingen te scheppen en eenmaal gewekte verwachtingen niet te beschamen. Daarvoor is volgens Wellink nodig om geen maatregelen te treffen waarvan je op voorhand al weet dat ze op de langere termijn niet houdbaar zijn.