Tarieven openbare laadpalen verschillen flink, zelfs in één straat
De tarieven van openbare laadpalen kunnen flink uiteenlopen, zelfs binnen één straat. Bovendien zijn de prijzen voor consumenten lang niet altijd duidelijk. Dat blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond.
Als je geen laadpas hebt, moet je een QR-code scannen en een app downloaden om elektrisch te kunnen laden. Maar de prijzen variëren dan flink. Ook als je een laadpas met een variabel tarief hebt, kunnen de prijzen erg verschillen.
Zo verschilt het tarief in het Noord-Hollandse Hoofddorp 0,28 euro op een stuk van 200 meter. Dat scheelt consumenten 14 euro op een laadsessie van 50 kilowattuur (kWh).
Maar de prijzen per stad lopen ook aardig uiteen. Consumenten in Amsterdam, Den Haag of Nijmegen betalen gemiddeld 0,33 euro per kWh. In Almere en Haarlem betaal je bijna het dubbele: 0,61 euro.
Tientallen steden hebben bovendien maar één aanbieder, waardoor de aanbieder een monopoliepositie te pakken heeft.
Transparantie verplicht, maar tarieven voor consumenten onduidelijk
Voor bedrijven is het wettelijk verplicht om transparant te zijn over de prijzen van openbare laadpalen. Dat kan via een sticker of een QR-code. Maar voor consumenten is het lang niet altijd duidelijk hoeveel zij betalen om elektrisch op te laden.
"Wij checkten tientallen palen, maar QR-codes blijken lang niet altijd te werken", vertelt Sandra Molenaar, directeur van de Consumentenbond. "Je komt niet uit bij de tarieven of je moet je eerst registreren. Dat is omslachtig."
Consumenten kunnen als alternatief ook gebruikmaken van een laadpas met een lager vast tarief. Maar volgens de Consumentenbond kost het veel tijd om uit te zoeken waar je voordelig uit bent. Er zijn namelijk honderden laadpassen en ieder heeft zijn eigen kostenstructuur en voorwaarden.
