DEN HAAG - Na een aarzelend begin lijkt er toch wat meer vaart te komen in de Europese economie. Vooral de groei in Duitsland is in het derde kwartaal toegenomen. In vergelijking met landen als de VS en China is de Europese expansie nog bescheiden. Toch lijkt een renteverhoging in de eurozone binnen afzienbare tijd waarschijnlijk.

Dinsdag kwamen er uit diverse landen groeicijfers over het derde kwartaal naar buiten. Nederland en Italië stelden teleur met een groei van niet meer dan 0,3 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Duitsland deed het met 0,6 procent een stuk beter. Ook de Europese Unie als geheel deed van zich spreken. Zowel de EU als de eurozone liet in het derde kwartaal een groei zien van 0,6 procent.

Dat zijn misschien geen cijfers om over naar huis te schrijven, zeker als ze worden vergeleken met een land als China, dat al jaren moeite heeft om op jaarbasis onder 9 procent te blijven. De Europese cijfers over het derde kwartaal zijn echter wel beter dan de voorgaande twee kwartalen.

Hoewel de cijfers niet spectaculair zijn, lijkt een renteverhoging in de eurozone toch dichterbij te komen. Dat heeft onder meer te maken met de inflatie. Die ligt nu op 2,5 procent, wat vooral is toe te schrijven aan de gestegen olieprijs. Dit is een half procentpunt meer dan wat de Europese Centrale Bank als bovengrens gebruikt.

De olieprijs is dit jaar meer dan 30 procent gestegen. De hogere brandstofprijzen werken niet alleen direct, maar ook indirect door in de inflatie. Maandag waarschuwde de president van de Duitse centrale bank, Axel Weber, voor zogeheten tweederonde-effecten. Die treden op als werknemers meer loon gaan eisen om de gevolgen van de hogere inflatie op te vangen. Het gevolg daarvan kan echter zijn dat de inflatiedruk nog verder toeneemt. Weber maakt deel uit van het bestuur van de ECB, dat de rente vaststelt.

Een ander punt waar de centrale bankiers in Frankfurt naar kijken, is de geldhoeveelheid die in omloop is. Een toename van de geldhoeveelheid, bijvoorbeeld door het opnemen van meer kredieten, leidt in de regel tot hogere uitgaven en tot een hogere inflatie. Dat de hoeveelheid geld toeneemt is op zich niet nieuw. Sinds medio 2003 is al sprake van een stijging. Maar sinds mei vorig jaar gaat het wel heel hard. Vooral door het verstrekken van kredieten is de geldhoeveelheid toegenomen.

De Europese rente staat al meer dan twee jaar op 2 procent. Bij het laatste rentebesluit liet ECB-president Jean-Claude Trichet doorschemeren dat een renteverhoging niet is uit te sluiten. De vraag voor dit moment lijkt dus niet zozeer of maar wanneer het huidige historisch lage niveau wordt losgelaten.

De meeste analisten houden het op volgend jaar en misschien zelfs al eind dit jaar. Er zijn al aanwijzingen dat de economie tegen die tijd verder zal aantrekken. Het vertrouwen van producenten in Europa laat al een aantal maanden een stijgende lijn zien. Normaal volgen de consumenten enige tijd later. Dat zou er dan toe moeten leiden dat zij ook meer gaan uitgeven. Want vooral in Duitsland wil het juist daarmee nog niet vlotten. Daar zorgt vooral de export voor de groei.

Mochten de consumentenuitgaven begin volgend jaar aantrekken, dan is er sprake van een gezond conjunctureel herstel. In dat geval kan de economie beter tegen schokken van buitenaf, zoals een plotselinge stijging van de olieprijs of een strenge winter.