Steeds meer huishoudens moeten de eindjes aan elkaar knopen doordat ze zich blauw betalen in de supermarkt, bij de pomp en vooral aan de energierekening. Maar voor sommige bedrijven zijn deze hoge prijzen helemaal niet erg. Olie- en gasconcerns, containervervoerders en voedselbedrijven zien hun omzet en winst juist omhooggaan.

Prijzen waren in juli gemiddeld 10,3 procent hoger dan een jaar eerder, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS. Vooral gas, stroom, brandstof en boodschappen zijn duurder geworden. Het Centraal Planbureau (CPB) waarschuwde eerder deze maand dat de komende tijd 350.000 Nederlanders onder de armoedegrens kunnen zakken.

Het contrast met de omzet- en winstcijfers van onder andere Shell, Unilever en de Deense rederij Maersk is groot. De afgelopen weken publiceerden deze bedrijven hun resultaten en die waren niet verkeerd.

Zo bleef er in het tweede kwartaal bij Shell onder de streep 11,5 miljard dollar (11,6 miljard euro) over. Nooit was de kwartaalwinst bij Shell zo hoog. De hogere prijzen voor olie en gas hadden een belangrijk aandeel in de cijfers. Ook het Franse TotalEnergies boekte een recordwinst.

De prijzen van olie en gas zijn de afgelopen maanden door het dak gegaan. De oorlog in Oekraïne heeft daar een belangrijke rol in gespeeld, vooral bij gas. Rusland is een belangrijke gasproducent en levert nu fors minder aan West-Europese landen dan een jaar geleden.

Die landen moeten het nu elders vandaan halen. Daardoor stijgt de vraag naar niet-Russisch gas, terwijl het aanbod schaars is. Producenten kunnen zo meer geld vragen en doen dat ook.

Boodschappen 18 procent duurder dan jaar geleden

Net als energie stijgen ook de boodschappen almaar in prijs. In één jaar tijd werden ze 18 procent duurder, blijkt uit cijfers van marktonderzoeker GfK.

Dat merken verkopers zoals Ahold Delhaize, moederbedrijf van onder meer Albert Heijn. Het bedrijf zag zijn omzet vorig kwartaal met 6 procent stijgen naar 21,4 miljard euro. Ook de winst steeg, al nam die minder hard toe dan de opbrengsten. De marges werden dus wat kleiner.

Ook Jumbo, de tweede supermarkt van Nederland, zag in de eerste zes maanden van dit jaar zijn omzet groeien. Dit nadat in de twee voorgaande coronajaren de opbrengsten ook al flink waren gestegen. Of die extra omzet ook zorgde voor meer winst is niet duidelijk. Het bedrijf heeft hierover geen cijfers bekendgemaakt.

De supermarkten zeggen dat ze geen andere keuze hebben dan de prijzen te verhogen. Dit omdat zij ook meer geld kwijt zijn aan het inkopen van de artikelen.

Zo besloten levensmiddelenconcerns als Unilever, Nestlé en PepsiCo hun prijzen op te schroeven. Ook zij zeggen dat ze geen keuze hebben, omdat ze zelf meer kwijt zijn aan bijvoorbeeld grondstoffen en transportkosten.

Supers en leveranciers ruziën over prijzen

De supermarkten hebben de hogere prijzen van hun leveranciers overigens niet zomaar voor zoete koek geslikt. Beide kampen lagen dit jaar regelmatig met elkaar overhoop. Zo waren er tijdelijk minder producten verkrijgbaar van Nestlé en Kellogg's. De supermarkten vonden de prijsverhoging van de fabrikanten te gortig.

Grote levensmiddelenfabrikanten als Unilever en Nestlé boekten de afgelopen maanden inderdaad meer omzet en winst. Wel is opvallend dat ook bij hen de winst minder hard stijgt dan de omzet. Unilever-topman Alan Jope zei daarover dat het bedrijf 70 procent van de hogere kosten doorberekent aan klanten. De overige 30 procent incasseert het zelf. Dat verklaart het teruglopen van de marges.

Om de stijgende marges te vinden, moet je verder terug in de keten: naar de voedselhandelaren en vervoerders. Zo zag het Amerikaanse ADM, dat oliën en zoetstoffen produceert en verhandelt, zijn winstmarges flink groeien dit jaar.

Vooral scheepvaart is spekkoper

Maar de grootste uitschieter is misschien wel de scheepvaart, bijvoorbeeld de bedrijven die wereldwijd containers vervoeren. Tijdens de coronacrisis ontstond er een groot tekort aan containers. Daardoor konden de vervoerders, zoals Maersk en het Duitse Hapag-Lloyd, hun tarieven ongekend hoog opschroeven.

Waar ze een paar jaar geleden nog 1.000 dollar (1.005 euro) vroegen om een volgeladen container van China naar Europa te brengen, is dat inmiddels vier- tot vijfmaal zoveel geworden. Niet verrassend was in het tweede kwartaal de omzet bij Maersk flink groter dan in dezelfde periode vorig jaar. En de winst liep nog veel harder op. Bij andere bedrijven in de containervaart is hetzelfde patroon te zien.

De vervoerders leveren niet aan consumenten. Maar de bedrijven die hun vracht door de rederijen laten vervoeren, rekenen de hoge transportkosten wel door in hun prijzen. Zo komen de hogere tarieven uiteindelijk toch op het bordje van de consument terecht.