In de cao's die in de maand juni zijn afgesloten, zijn de lonen met gemiddeld 4,1 procent gestegen. Dat gebeurde niet meer sinds 1982. Toen sloten werkgevers en werknemers een akkoord om de lonen te matigen. Dat is nu niet direct nodig, zegt werkgeversorganisatie AWVN.

"In de jaren zestig en zeventig ging het er nog uitbundiger aan toe met loonsverhogingen", weet AWVN-woordvoerder Jannes van der Velde. "Dat heeft ons als land bijna de kop gekost. We rolden vervolgens van crisis naar crisis."

In het Akkoord van Wassenaar, waar werkgevers en werknemers in 1982 hun handtekening onder zetten, werd in ruil voor loonmatiging ook arbeidstijdverkorting (atv) afgesproken. "Nu zou eerder arbeidstijdverlenging aan de orde zijn", merkt de woordvoerder op.

Sinds het voorjaar van vorig jaar lopen de in de cao's afgesproken loonsverhogingen al op. Die gaan hand in hand met toenemende personeelstekorten en gierende inflatie. AWVN denkt niet dat de afgesproken lonen nog veel verder zullen oplopen, maar hard dalen is ook niet direct aan de orde.

In juli werden maar weinig cao's voor een kleine groep werknemers afgesproken en kwam de gemiddelde loonstijging volgens voorlopige cijfers op 3,5 procent uit. "In augustus zitten we alweer tegen de 4 procent", zegt Van der Velde.

Afgelopen jaren was situatie juist andersom

Volgens AWVN is het niet redelijk te verwachten dat de loonstijgingen de inflatie bijbenen. "De discussie vertroebelt, waarbij alleen wordt gekeken naar wat er nu is. De afgelopen jaren was de inflatie laag en lagen de loonafspraken steeds boven de inflatie", brengt de woordvoerder in herinnering.

Of grote loonstijgingen voor bedrijven te verantwoorden zijn, hangt volgens hem van de vooruitzichten van een specifiek bedrijf of specifieke sector af. "Werkgevers en vakbonden komen samen tot afspraken binnen dat wat mogelijk is."

Het definitieve cijfer over juni heeft betrekking op cao's die zijn afgesloten voor bijna 700.000 werknemers.